Heb je al mijn KNM video's over de thema's bekeken en wil je nu oefenen met een examen? Kijk dan naar deze video en maak samen met mij een [Muziek] proefexamen. Hallo allemaal en welkom bij een nieuwe video over Nederland en de Nederlandse taal.
In deze video maak ik een proefexamen van KNM. Ik geef de antwoorden en eh ik leg een beetje uit. Het is het tweede proefexamen dat op de site van Duo staat.
De link vind je in de beschrijving. Let op. Na 1 juli 2025 veranderen de vragen van het KNM examen.
Dit proefexamen geldt voor mensen die voor 1 juli 2025 hun examen moeten doen. Dus dan krijg je dit soort vragen. Na 1 juli 2025 zijn er een ander soort vragen.
Maar je kunt deze video nog steeds gebruiken om extra te oefenen voor dat KNM examen. Wil je meer informatie over bepaalde thema's? Ik maakte over elk thema een vragenvideo en over de meeste thema's een uitlegvideo.
Dus je kunt hier kijken bij voor meer informatie. En let op, dit wordt een lange video, want er zijn 40 vragen die ik ga beantwoorden. Als je zelf je examen maakt, kun je natuurlijk sneller je examen maken als je het antwoord al weet, hè.
Nu wordt elk antwoord voorgelezen, maar als jij sneller leest en sneller het antwoord weet, hoef je dat natuurlijk niet af te wachten. Maar laten we nu beginnen met vraag 1. In Marokko was Sarah verpleegster.
Zara wil in Nederland ook werken als verpleegster. Sara wil eerst een Nederlands diploma behalen. Zara zoekt informatie over de opleiding verpleegkunde in Nederland.
Nu vraag é. Zara zoekt informatie over de opleiding verpleegkunde. Lisa vraagt waarom Sarah een opleiding gaat doen.
Wat kan Sarah het beste zeggen? Ali vindt dat ik dat moet doen. Dan kan ik als verpleegster werken.
Dan kan ik in de apotheek werken. Nou, als je verpleegkunde gaat doen, gaat studeren, dan is het logisch dat je als verpleegster gaat werken en dus niet in de apotheek. En je moet ook zelf je keuze maken, dus niet omdat iemand anders vindt dat je dat moet doen.
Antwoord B. Sarah wil de opleiding voor verpleegkundigen volgen. Ali ziet een leuke opleiding in Zeeland.
Sarah zegt: "Dat is veel te ver weg. " Ali vraagt: "Waar ligt Zeeland dan? Wat kan Sarah het beste zeggen?
In het noorden van Nederland, in het oosten van Nederland, in het zuiden van Nederland. Dit is Groningen, dit is Gelderland. En hier ligt Zeeland in het zuidwesten van Nederland.
Antwoord C. Sarah wil zich inschrijven voor de opleiding verpleegkunde. Waar kan Sarah zich het beste inschrijven?
Bij de school, bij het UWV, bij het ziekenhuis? Maar bij het ziekenhuis kun je misschien solliciteren hè als je klaar bent met je opleiding. Het UWV gaat over uitkeringen en een opleiding daarvoor schrijf je je in bij een school.
Bij deze school. Antwoord A. Sarah wil de opleiding voor verpleegkundigen volgen.
Ze heeft gehoord dat je soms studiefinanciering kunt krijgen. Sarah wil weten of zij studiefinanciering kan krijgen. Wat kan Zara het beste doen?
De bank bellen, duo bellen, het UWV bellen. De bank bel je als je geld wil lenen. Uwv gaat over uitkeringen, maar studiefinanciering, geld wat je misschien krijgt, dat kun je regelen bij duo.
Dus antwoord B is het juiste antwoord. Mo een ondernemingsplan geschreven. Daar staat in wat hij gaat verkopen en hoeveel hij denkt te verdienen.
Waarom heeft Mo dit nodig? Om een winkel te mogen kopen van de gemeente om geld te kunnen lenen bij de bank om zich in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Nou, let op, hier gaat het soms mis.
Een ondernemingsplan is geen eis als je je inschrijft bij de Kamer van Koophandel. Als je een eigen bedrijf start, moet je je inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Dat moet, want die heeft een lijst van alle bedrijven die er zijn in Nederland.
Maar je hoeft daarvoor geen ondernemingsplan te hebben. Dat ondernemingsplan heb je nodig als je geld wilt lenen van de bank voor je bedrijf. De bank wil zeker weten dat jij het geld terug kunt betalen.
En dat kan eh de bank weten hè. Als je laat zien wat je wil verkopen en op welke manier je het wilt verkopen. Dan kan de bank vertrouwen krijgen in jouw bedrijfje.
Dus je hebt het nodig om geld te kunnen lenen bij de bank. Lisa moet voor school een werkstuk maken. Lisa leest in een boek over de Tweede Wereldoorlog.
Ze ziet in dat boek een foto van de bevrijding van Nederland. Lisa vraagt: "Wat gebeurt er op bevrijdingsdag? Wat kan Sarah het beste zeggen?
Dan gaan veel Nederlanders naar de kerk. Dan vieren veel Nederlanders het einde van de oorlog. Dan zijn veel Nederlanders 2 minuten stil.
Bevrijdingsdag is geen christelijke katholieke of religieuze feestdag. Dus nee, ze gaan niet naar de kerk. En 2 minuten stil, dat is op dodenherdenking.
Dat is de dag voor bevrijdingsdag. Op 4 mei om 8 uur 's avonds kun je 2 minuten stil zijn om te denken aan alle slachtoffers van oorlogen. Maar bevrijdingsdag, daar zit het woord vrij in.
Mensen vieren dat ze vrij zijn. Het einde van de oorlog. Antwoord B.
Lisa moet voor school een werkstuk maken. Ze leest in een boek over de Tweede Wereldoorlog. Lisa ziet een foto van de bevrijding van Nederland.
Ze vraagt: "Welke landen hebben Nederland bevrijd? " Wat kan Sarah het beste zeggen? Amerika, Canada en Groot-Brittannië.
Duitsland, Italië en Japan, Frankrijk, België en Denemarken. De geallieerden hebben Nederland bevrijd en de geallieerden, dat waren Amerika, Canada en Groot-Brittannië. Dus antwoord A is het juiste antwoord.
Emma is op school. De leraar zegt: "Nu heeft de Randstad veel meer inwoners dan vroeger. " Hij vraagt: "Waarom wonen zoveel mensen in de Randstad?
" Wat kan Emma het beste zeggen? Omdat er in de Randstad veel mooie winkels zijn. Omdat er in de Randstad voor veel mensen werk is, omdat het goedkoop is om in de Randstad te wonen.
Er staat: "Wat kan Emma het beste zeggen? " Hè, dus wat is de belangrijkste reden om in de Randstad te wonen van deze drie? Want er zijn zeker mooie winkels in de Randstad, maar dat is niet de belangrijkste reden.
Het is niet goedkoop om in de Randstad te wonen. Het is erg duur, maar er is wel veel werk en daarvoor komen veel mensen naar de Randstad. De Randstad is een gebied, het stedelijke gebied tussen Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam.
Antwoord B. Ali en Jan zitten in een café. Ze praten over politiek en verkiezingen.
Ali zegt: "Ik ga niet stemmen. Ik kan toch niet weten wat al die partijen willen. Wat kan Jan het beste zeggen?
Je kunt dit vragen als je gaat stemmen. Je kunt het beste de partij kiezen waar ik op stem. Je kunt informatie krijgen via internet, tv of de krant.
Bij stemmen volg je eigen mening. Dus niet antwoord B. En in een stemhokje kun je ook niet vragen om informatie over de partijen.
Je moet dit van tevoren zelf opzoeken bij via internet of de krant of de televisie. En daar zijn heel veel mogelijkheden om informatie te krijgen en op ook op elk eh niveau. Antwoord C.
Amel en Mo gaan met Ben naar het consultatiebureau. Wat gebeurt er op het consultatiebureau? Ben krijgt de fles.
Ben krijgt een nieuwe kinderwagen. De verpleegkundige weegt Ben. Het consultatiebureau is er voor kinderen van 0 tot 4 jaar tot ze naar de basisschool gaan.
En daar wordt in de gaten gehouden of je kindje goed groeit, of alles goed gaat met je kindje op gebied van praten, op gebied van lengte, gewicht. Dus de verpleegkundige kan Ben wegen om te kijken of die genoeg weegt. Een nieuwe kinderwagen koop je daar niet en de fles geven.
Dat kan wel, maar dat doe je natuurlijk thuis. Antwoord C. Ben is 2 maanden oud.
Amel en Mo krijgen een oproep van het consultatiebureau. Op de oproep staat donderdag 8 november 14:30. Wat kunnen Amel en Mo het beste doen?
De uitnodiging weggooien, bellen en zeggen dat ze niet willen komen op 8 november naar het consultatiebureau gaan. Dit gaat om de ontwikkeling van je kindje. Dat is belangrijk.
Dus je gaat wel als je niet kan op die datum, dan kun je bellen en zeggen: "Mag ik op een andere datum een afspraak? " Maar niet zeggen dat je niet wilt komen. Als je wel kunt, ga je gewoon op 8 november naar het consultatiebureau.
Antwoord C. Amel en Mo gaan met Ben naar het consultatiebureau. De arts vraagt: "Hoe gaat het met Ben?
Wat kan Amel het beste zeggen? " Ben groeit goed en slaapt goed. Ben is mijn jongste zoon.
Ben is op 1 februari geboren. Hoe gaat het met je? Hoe gaat het met iemand?
En dan zeg je iets over de gezondheid van iemand. Dus antwoord A. ben groeit goed en slaapt goed.
Hè, dus niet wanneer die geboren is, dat zegt niks over zijn gezondheid en ook niet of het je jongste of je oudste is. Lisa heeft een vriendje. Hij woont bij zijn ouders en heeft twee broers.
Lisa gaat voor het eerst bij de familie van haar vriend eten. Ze wil laten merken dat ze dat leuk vindt. Wat kan Lisa het beste doen?
aan iedereen een cadeau geven, een bos bloemen geven, zeggen dat zij het eten zal betalen. Alleen antwoord B is hier een goede optie. Je kan een bosbloemen geven als om te laten zien dat je het leuk vindt, dat je uitgenodigd bent.
A en C is echt teveel en hoort niet. Antwoord B. Sarah en Fatma kijken naar het journaal.
De man van het journaal zegt iets over prinsjesdag. Fatma vraagt: "Wat is prinsjesdag? Wat kan Sarah het beste zeggen?
" Dan leest de koning de plannen van de regering voor. Dan ondertekent de koning nieuwe wetten van de regering. Dan viert de koning zijn verjaardag.
Nou, antwoord C, dat is dan Koningsdag. Antwoord B, eh de koning ondertekent constant de nieuwe wetten, hè, de hele tijd door. En op prinsjesdag, dat is de derde dinsdag in september, dan leest de koning de plannen van de regering voor.
De regering heeft plannen voor het komende jaar en de die hebben daar een toespraak over geschreven, de mensen uit de regering. En de koning leest die plannen voor. Sarah heeft een sollicitatiegesprek bij verzorgingshuis De Schans.
Ze praat met mevrouw de Vries. Mevrouw de Vries vraagt: "Wil je een opleiding volgen? Wat kan Sarah het beste zeggen?
Ik ben te oud om naar school te gaan. Ja, als dat nodig is voor deze baan. Nee, dank u.
Ik heb al genoeg ervaring. Als je wordt gevraagd bij een sollicitatie of bij een baan of je een opleiding wilt volgen, zeg je eigenlijk altijd ja. Je geeft daarmee aan dat je je wil blijven ontwikkelen, hè.
dat werk, dat de baan belangrijk voor je is. Dus altijd zeggen: "Ja, als dat nodig is voor deze baan wil ik dat zeker doen. " Sarah heeft een sollicitatiegesprek gehad bij mevrouw de Vries.
Sarah heeft informatie gekregen over het salaris. Het brutoloon is veel hoger dan het nettoloon. Zara vraagt aan Ali: "Waarom krijg ik mijn loon niet bruto uitbetaald?
" Wat kan Ali het beste zeggen? Alleen werknemers met een Nederlands paspoort krijgen een brutoloon uitbetaald. De overheid gebruikt een deel van brutolonen, bijvoorbeeld voor AOW uitgaven.
Werkgevers betalen hun bedrijfskosten met een deel van de brutolonen. Het is antwoord B. Ehm als werkgevers hun bedrijfskosten willen betalen, dan moeten ze winst maken.
Antwoord A zou discriminatie zijn. En P is dus goed, een deel van de brutolonen wordt gebruikt eh door de overheid bijvoorbeeld voor uitkeringen. Antwoord B.
Saï ziet affies van politieke partijen. Er zijn binnenkort verkiezingen. Said vraagt: "Waarvoor kan men stemmen in Nederland?
" Geef eens enkele voorbeelden. Wat zegt Ali? voor de burgemeester en de eerste kamer voor de gemeenteraad en de Tweede Kamer voor de ministerpresident en de ministers.
De Eerste Kamer wordt indirect gekozen door het Nederlandse volk. Eh dat gaat ehm via de provinciale staten en de burgemeester daar is over het algemeen ook geen verkiezingen voor. De ministerpresident en de ministers worden gekozen vanuit de Tweede Kamerverkiezingen.
Dus de grootste partijen kiezen dan ministers en de ministerpresident. Dus dat is ook indirect. Maar je kunt direct kiezen voor de gemeenteraad en de Tweede Kamer.
Antwoord B. Saï ziet affies van politieke partijen. Ali vertelt dat de verkiezingen voor het provinciebestuur komen.
Saï vraagt: "Wat doet een provinciebestuur? Wat kan Ali het beste zeggen? Een provinciebestuur bepaalt hoeveel mensen in elke provincie mogen wonen.
Een provinciebestuur bepaalt waar sommige wegen en fietspaden mogen komen. Een provinciebestuur bepaalt wie er een uitkering krijgt bij werkloosheid. Er zijn in Nederland drie lagen van bestuur.
Gemeente, dat is klein niveau. Het provinciaal niveau, dat is wat groter. En het landelijk bestuur, dat gaat over het hele land.
Antwoord C: wie er een uitkering krijgt, dat is iets wat op landelijk niveau wordt beslist, want dat gaat over iedereen in Nederland. Ehm hoeveel mensen er in een provincie mogen wonen, daar zijn geen eh geen wetten over, geen regels, maar een provinciebestuur bepaalt wel waar sommige wegen en fietspaden mogen komen in de provincie. Dus dat is echt over een stukje van Nederland.
Ali en Sarah wonen in een huurhuis. Ali vindt de huur te hoog. Daarom wil hij een huis kopen.
Sarah zegt: "We kunnen ook huurtoeslag aanvragen. " Waar kunnen Ali en Sarah huurtoeslag aanvragen? bij de bank, bij de belastingdienst, bij de woningbouwvereniging.
Toeslagen vraag je aan bij de belastingdienst. Die toetsen of je ehm zodanig inkomen hebt dat je in aanmerking komt voor een huurtoeslag. Dus je gaat naar de belastingdienst of tenminste op de website van de belastingdienst en daar vul je je gegevens in.
Ali en Sarah willen een huis kopen. Ze zien op internet een mooi huis te koop staan. Ze willen in dat huis gaan kijken.
Wat kunnen Ali en Sarah het beste doen? Direct naar het huis gaan. Een afspraak maken bij de bank.
Naar de makelaar bellen. En de makelaar helpt je bij de koop van een huis. Hij helpt je zoeken naar een huis en hij helpt je het huis te kopen.
Ehm direct naar het huis gaan, dat is geen goed idee, want daar wonen gewoon nog andere mensen in. En een bank, dat hoeft ook niet. Je gaat later naar een bank als je al een huis echt wilt kopen, dan ga je daar vragen om een hypotheek.
Maar eerste contact is met de makelaar. Ali en Zara willen een hypotheek nemen. Ze praten met een medewerker van de bank.
Sarah vraagt: "Kunnen we renteaftrek krijgen? Wat kan de bankmedewerker zeggen? Alleen voor mensen die een huis kopen.
Alleen voor mensen die een huis huren. Voor kopers en huurders. Renteaftrek.
Dat krijg je of dat kun je krijgen als je een lening sluit bij de bank. Over een lening moet je rente betalen. En eh een gedeelte van die rente kun je terugkrijgen bij de belastingdienst.
Wanneer leen je nou een bedrag bij de bank? Dat is alleen als je een huis koopt. Als je een huis huurt hoef je geen geld te lenen bij de bank.
Dus het is alleen voor mensen die een huis kopen. Antwoord A. Ali en Zara wonen in een huurhuis.
Sarah doet altijd alle lichten uit als ze het huis uitgaan. Sarah zet ook alle apparaten uit. Ali vraagt: "Waarom doe je dat?
" Nou, wat kan Sarah het beste zeggen? Dat is goedkoper en het is goed voor het milieu. Dat moet van de energiemaatschappij.
Dat moet van de woningbouwvereniging. Nou, lichten uitdoen, dat moet niet. Dat is geen verplichting.
Je doet dat omdat het beter is voor het milieu en het niet zoveel geld kost op voor jou hè, dat je spaart op je energierening. Dus antwoord A. Hanna praat met een andere moeder over Emma.
Emma zit in het laatste jaar van de basisschool. De moeder vraagt: "Nar welke school gaat Emma volgend jaar? Wat kan Hanna het beste zeggen?
Misschien naar de Havo, misschien naar het MBO, misschien naar het HBO. Ze is 12 jaar. Dus het laatste jaar van de basisschool ben je ongeveer 12 jaar.
En ehm je moet kijken naar de afkortingen. MBO betekent middelbaar beroepsonderwijs en HBO betekent hoger beroepsonderwijs. En dan leer je voor een beroep.
Dat is niet eh het middelbaar onderwijs. Dat is het voortgezet onderwijs. De HAVO dat kan volgen na de basisschool.
Hoger algemeen vormend onderwijs. Na de basisschool kun je naar bijvoorbeeld het VMBO, voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, HAVO of VWO. En de VWO bereid weer voor op de universiteit.
Dus antwoord A. En daarna ga je eventueel naar het HBO of het MBO. Emma is bijna klaar met de basisschool.
Emma wil niet meer naar school. Ze wil liever gaan werken. Wat kan Hanna het beste zeggen?
Je moet naar school minstens tot je 18 bent. Je moet van mij aan de universiteit gaan studeren. Jij mag zelf kiezen wat je wilt.
Leren of werken. Er is een leerplicht. De leerplicht is tot 18 jaar.
Eh dat betekent dat je naar school moet. Iemand van 12 jaar mag niet zelf kiezen of die gaat werken of naar school gaat. En de universiteit, dat kan ook iemand dat kan niet verplicht worden.
Je kunt ook een andere school kiezen, maar je moet wel naar school. Dus antwoord A. Vera en Alek zijn vorige week verhuisd.
Janes helpt zijn nieuwe buren met het verven van de muren. De woonkamer is klaar. Vera zegt: "Ik heb hier nog wat verf.
Wat kan ik ermee doen? Wat kan Janus het beste zeggen? Je mag verf gewoon door de gootsteen spoelen.
Je moet de verf bij het klein chemisch afval doen. Je moet de verf in je eigen afvalcontainer doen. In verf zitten schadelijke stoffen voor het milieu.
Ze moeten dus de verf moet apart worden ingezameld en dat mag niet in eh in het riool komen door de grootstee en ook niet bij het normale afval. Het wordt apart ingezameld vanwege die chemische ingrediënten in verf. Dus antwoord B.
En klein chemisch afval. Dat breng je vaak bij eh een milieustation. Sarah is geslaagd voor haar rijxamen.
Ali zegt: "Tot wanneer is mijn rijbewijs eigenlijk geldig? " Wat zegt Sarah? Dat moet je bij de rijschool navragen.
Dat staat op je rijbewijs. Je rijbewijs is voor altijd geldig. Op je rijbewijs staat de datum wanneer je hem moet verlengen en dan moet je ook een nieuwe aanvragen.
Dus het staat op je rijbewijs. Zara is geslaagd voor haar rijexamen. Ze heeft een rijbewijs gekregen.
Ze koopt een auto. Sarah wil een parkeervergunning voor de straat waar ze woont. Waar moet Sarah de vergunning aanvragen?
bij de gemeente, bij de politie, bij de woningbouwvereniging. Vergunningen in de gemeente, hè, een parkeervergunning is in een plaats waar je woont dat je mag parkeren. Die vraag je aan bij de gemeente.
Niet de politie en niet de woningbouwvereniging. De woningbouwvereniging heeft er ook niks mee te maken. Maar de gemeente die gaat over vergunning aanvragen.
Dus dan ga je naar de gemeente. Sarah is geslaagd voor haar rijexamen. Ze heeft een rijbewijs gekregen.
Ze gaat met de auto naar de supermarkt in haar woonplaats. Ali zegt: "Laat je rijbewijs maar thuis. " Wat zegt Sarah?
Ja, dan kan ik het niet kwijtraken. Ja, ik heb het hier in Zaandam toch niet nodig. Nee, als er controle is moet ik het laten zien.
Het woord rijbewijs zegt dat. Het is een bewijs dat je mag rijden. Dus je moet het kunnen laten zien als bewijs dat jij mag rijden.
Dus als er een controle is, dan moet jij je rijbewijs kunnen laten zien. Dat wordt daarmee wordt aangetoond dat jij in de auto mag rijden. Dus antwoord C: altijd meenemen in de auto.
Zara is geslaagd voor haar rijxamen en heeft haar rijbewijs. Ze gaat met de auto naar een vriendin. Onderweg moet ze stoppen voor een alcoholcontrole.
De politieagent zegt: "Wilt u in dit meetapparaat blazen? Wat kan Sarah het beste zeggen? Ja, dat is goed.
Nee, want ik heb weinig alcohol gedronken. Waarom? Ik drink nooit alcohol.
Aan alcoholcontrole moet je natuurlijk altijd meewerken. Jij kan zeggen dat je niet gedronken hebt, maar dat is natuurlijk geen bewijs voor de politie. Dus je moet altijd meewerken.
Ja, dat is goed. Ali is op zijn werk. Zijn collega Henk is jarig.
Henk geeft iedereen een stuk taart. Wat kan Ali het beste doen? De volgende dag ook iets lekkers meenemen, een hand geven en zeggen: Gefeliciteerd, Henk.
uitnodigen om 's avonds te komen eten. Je traeert als je jarig bent, dus dan geef je taart. En als Ali jarig is, kan hij weer taart meenemen.
Het enige wat je moet doen als je taart krijgt is gefeliciteerd zeggen. Dus je feliciteert iemand en die hoeft verder niks te doen behalve je taart opeten. Ali is in de papierfabriek.
Ali gaat met een nieuwe machine werken. Ali weet niet hoe de machine werkt. Wat kan Ali het beste doen?
De uitleg bij de machine eerst goed lezen. Heel rustig beginnen met de machine. Vragen of een collega het werk wil doen.
Als je niet weet hoe iets werkt, dan zoek je informatie op. Dus je leest de uitleggen bij de machined. Daarna begin je heel rustig.
En lukt het niet, kan je altijd nog vragen om een collega of die je kan helpen. Maar eerst lees je de uitleg bij de machine. Goed.
Zara heeft een nieuwe leesbril gekocht. Ze wil de kosten terugvragen bij haar zorgverzekering. Wat kan Zara het beste doen?
De kosten telefonisch terugvragen bij haar zorgverzekering. Een formulier voor teruggaven van haar zorgverzekering invullen. Het geld gaan halen bij het kantoor van haar zorgverzekering.
Nou, alles gaat tegenwoordig digitaal via de computer online. Dus je moet een formulier op je laptop invullen voor teruggaven en niet telefonisch en zeker niet gaan halen. Antwoord B.
Malica heeft haar rapport gekregen. Het is niet zo goed. Wat kan Amel het beste doen?
Met andere ouders praten, naar de directeur van de school gaan, naar de rapportavond op school gaan. Als kinderen hun rapport krijgen, is er daarna altijd een rapportavond. Dan heb je 10 minuten de tijd, de 10 minuten gesprekken om met de leerkracht over het rapport te praten.
En dat is de eerste stap die je moet zetten bij een rapport wat misschien een beetje tegenvalt. Antwoord C. Amel krijgt een brief van de school van Malik.
De school zoekt ouders die helpen met de knutselmiddag. Amel wil gaan helpen. Mo vraagt: "Waarom?
Dat kost toch veel te veel tijd. " Wat kan Amel het beste zeggen? Omdat we anders geld moeten betalen aan de school.
Omdat we anders ruzie krijgen met andere ouders. omdat we proberen te helpen als de school dat vraagt. Nou, het is erg belangrijk dat je probeert een beetje te helpen als de school dat vraagt.
Eh dat heet ouderbetrokkenheid. Je bent betrokken bij de school van je kind. Dat dan is de relatie school thuis kind het beste.
En je kind vindt het ook heel vaak leuk als jij op de school van je kind komt helpen. Dus je probeert te helpen bij de sch als de school dat vraagt. Jan en Rashid zijn in de stad.
Ze zien mensen lopen die alleen maar zwarte kleding dragen. Rashid zegt: "Wat zien die mensen er raar uit. Ze moeten normale kleding dragen, toch?
Wat kan Jan het beste zeggen? Ja, iedereen moet zich kleden volgens de Nederlandse cultuur. Nee, iedereen mag zelf weten wat voor kleding hij draagt.
Ze mogen het zelf weten, maar de benen moeten bedekt zijn. Je mag zelf weten wat voor kleding je draagt. Dus antwoord B is het enige juiste antwoord.
Ali en Sarah zitten in de bus. Het is druk in de bus. Er stapt een zwangere vrouw in.
De zwangere vrouw draagt een zware tas. Wat kunnen Ali en Sarah het beste doen? De tas op hun bank zetten.
De vrouw met de tas laten staan. de vrouw op hun bank laten zitten. Je ziet hier de vrouw met een dikke buik met een baby erin en eh ja, die heeft het zwaar om te laten staan om te blijven staan.
Dus je biedt haar de plaats aan. Dus je laat de vrouw op je bank zitten. Antwoord C.
Baby Ben hoest vaak. Amel denkt dat Ben ziek is. Wat kan Amel het beste doen?
De huisarts bellen voor een afspraak. Het consultatiebureau bellen voor een afspraak. Het ziekenhuis bellen voor een afspraak.
Maar je mag in Nederland eigenlijk nooit zomaar naar een ziekenhuis, hè. Daar heb je een verwijzing voor nodig van de huisarts. En als je kind ziek is, dan bel je dus eerst de huisarts voor een afspraak.
Het consultatiebureau is er echt alleen maar voor controle van je kindje. Die kijken niet of eh je kind ziek is. Die schrijven ook geen medicijnen voor, maar wegen en meten je kindje.
Dus je gaat naar de huisarts voor een afspraak. Bo is bijna 4 jaar. Bo naar de basisschool.
Amel vraagt aan Hanna: "Wie kiest de school? " Wat kan Hanna het beste zeggen? De gemeente kiest een school voor een kind.
Kinderen moeten naar de school in de buurt. Ouders kiezen zelf een school voor hun kind. Je mag als ouder eh de basisschool zelf uitkiezen.
Dus je mag zelf kijken waar je kindje het beste terecht kan komen. En vaak is dat wel een school in de buurt. Dat is makkelijker om er naartoe te gaan, maar je mag het dus zelf kiezen.
Antwoord C. Zo is op bezoek bij haar buurvrouw. De buurvrouw vertelt dat ze steeds meer vergeet.
Ze weet niet of ze alleen kan blijven wonen. De buurvrouw vraagt of Zoe haar wil helpen. Wat kan het beste doen?
Met de buurvrouw naar het huisarts gaan. Met de buurvrouw naar een verpleeghuis gaan. Met de buurvrouw naar het ziekenhuis gaan.
Ik zei het daarnet al, alles loopt eigenlijk via de huisarts en niet gelijk naar het ziekenhuis. En misschien komt ze later in een verpleeghuis, maar dat loopt via de huisarts. Dus ze moet eerst naar de huisarts.
Antwoord A. De laatste vraag. Jan, Hanna en Emma zijn op de markt in Den Haag.
Er zijn bloembollen te koop. Jan zegt: "Bloembollen waren erg duur in de gouden eeuw. " Emma vraagt: "Wat is de gouden eeuw?
Wat kan Jan het beste zeggen? Dat was de tijd dat goud heel duur werd. Dat was de tijd dat Nederland veel geld verdiende met handel.
Dat was de tijd dat er in Nederland veel goud werd gevonden. En de Gouden eeuw is tussen 1600 en 1700. En er werd toen geen goud gevonden.
Of goud was ook niet duur, maar goud wil gouden eeuwen wil zeggen: "Het ging heel erg goed met Nederland. Nederland diende veel geld. Tenminste de rijke mensen verdienden veel geld.
" En dat kwam door de handel. Door de handel met andere werelddelen en andere landen. Dus antwoord B.
En we zien dat we gelukkig 100% van de vragen goed hebben beantwoord. Dit waren alle vragen en ik zie jullie graag de volgende keer. Tot dan.