Wil jij je voorbereiden op je KNM examen en wil je graag meer weten over zorg en gezondheid in Nederland? Kijk dan naar deze video, want ik verklaar een hoop begrippen en woorden. [Muziek] Hallo allemaal en welkom bij een nieuwe video over Nederland en de Nederlandse taal.
In deze video vertel ik jullie alles wat je moet weten over zorg en gezondheid in Nederland. Ik verklaar je woorden en de weg die je moet gaan als je gebruik maakt van de zorg. Dit is ter voorbereiding op je KNM examen.
Als je deze video hebt gezien en je wilt oefenen, kun je kijken naar mijn video 40 vragen over zorg en gezondheid. Dan kun je hiermee oefenen. Ook over andere thema's maakte ik informatievide's en vragenvide's.
We gaan beginnen nu met zorg. De huisarts is in Nederland de basis van de gezondheidszorg. Je moet altijd eerst naar de huisarts.
Ik zal dat later verklaren. Eh Nederlanders hebben een vaste huisarts, hè. Dus je gaat eigenlijk altijd naar dezelfde huisarts.
Die kan je zelf kiezen. Je kijkt welke bij jou in de buurt is. Je belt ze op en je vraagt of je je in kunt schrijven.
Dat kan niet altijd. Soms kan de huisarts bijvoorbeeld geen nieuwe patiënten meer aannemen omdat ze vol zitten. Als je hebt ingeschreven en je wilt gebruik maken van de huisarts want je bent ziek, dan maak je een afspraak voor het spreekuur.
Soms krijg je een telefonisch consult. Dat betekent dat de assistente die je aan de lijn krijgt, die schrijft op wat er met je aan de hand is. Ze vraagt het aan de dokter en daarna belt zij terug of de dokter belt terug en zegt wat je kunt doen.
Dat is een telefonisch consult. Maar meestal zul je zelf naar het spreekuur moeten komen voor een afspraak met de dokter. Als je in het weekend of in de avond hulp van een arts nodig hebt, kun je niet naar je eigen huisarts.
De huisarts werkt alleen overdag. Je kunt dan de huisartsenposten bellen. En de huisartsenpost zit vaak bij het ziekenhuis.
Daar werken dan meerdere artsen ehm die eh vooral zijn voor het weekend en 's avonds. Als je belt krijg je advies of je krijgt een afspraak. Als je een nieuwe huisarts hebt, bijvoorbeeld je bent verhuisd en je kunt niet meer naar je oude huisarts en je wilt graag dat de nieuwe huisarts jouw medische gegevens lezen, dan moet je toestemming geven voor deze gegevens.
Dus dan geef je toestemming aan de nieuwe huisarts dat hij jouw oude gegevens van vroeger mag gebruiken. Zonder toestemming kan dat niet. Artsen schrijven medicijnen voor.
Medicijnen voorschrijven. Dat betekent dat ze een recept schrijven waarop de medicijnen staan die jij nodig hebt. Dan schrijf je medicijnen voor.
De dokter doet dat. Dat kunnen bijvoorbeeld pijnstillers zijn. Paracetamol, ibuprofen of andere tabletten.
Zalf, druppels, een drankje. Ik zei net al, je krijgt dan een recept. Met dat recept ga je naar de apotheek en daar krijg je de medicijnen.
Je de apotheek mag je ook zelf kiezen welke apotheek jij wilt. Bij de apotheek heb je je gegevens eh doorgegeven. Je ze weten welke zorgverzekering je hebt.
Je laat daar het recept zien. Soms is het een herhaalrecept. En een herhaalrecept wil zeggen dat je hetzelfde recept, dezelfde medicijnen nog een keer krijgt.
Bijvoorbeeld als jij medicijnen hebt voor je bloeddruk, dat je een hoge bloeddruk hebt, dan krijg je waarschijnlijk elke 3e maanden of elke z maanden dezelfde medicijnen. Dat is een herhaalrecept. De medicijnen zitten in een verpakking.
Op de verpakking zit een etiket. Op het etiket staat jouw naam, hoe vaak je het moet innemen. Ehm de belangrijkste informatie staat op het etiket.
Maar in de verpakking zit ook nog zo'n heel groot papier en dat is de bijsluiter. En op de bijsluiter staat welke ehm bijwerkingen eh eh het medicijn allemaal kunt hebben. Ehm en wanneer je dan naar de dokter moet bijvoorbeeld.
Er staat ook nog een keer in op welke manier je het moet innemen, het medicijn. Voor wie het bedoeld is, voor wie het niet bedoeld is, hè. Is het medicijn goed voor zwangere vrouwen of moeten die dat juist niet nemen?
Er zijn ook medicijnen zonder recept. Medicijnen zonder recept kun je ook bij de drogist kopen. De drogist is bijvoorbeeld het kruidvat of de etos.
En dat kun je denken aan hoesdrankjes, eh paracetamol, ehm eh bepaalde zalfjes voor eh irritaties. Die kun je kopen bij de drogist. Je kunt ze ook kopen bij de apotheek, maar je hebt hier geen recept voor nodig.
De huisarts in Nederland is gratis. Je hoeft daar nooit voor te betalen als je in de basisverzekering hebt. Daar kom ik later nog een keertje op terug.
En je gaat ook altijd eerst naar de huisarts als je je niet goed voelt. Je kan in Nederland niet zomaar naar het ziekenhuis. Dat gaat via de huisarts.
Dus als de huisarts zegt: "Er moet nader onderzoek plaatsvinden. " Dit is er ingewikkeld of er is iets bijzonders aan de hand. Dan stuurt de huisarts jou naar het ziekenhuis.
Dat doet hij door middel van een verwijsbrief. Hij schrijft een brief waarop staat: "Beste collega, beste specialist. Deze persoon heeft extra onderzoek nodig.
Een verwijsbrief. Het naar het ziekenhuis sturen heet ook doorverwijzen. Dus de dokter verwijst jou door naar het ziekenhuis.
Als je die brief hebt gekregen moet je bellen voor een afspraak met het ziekenhuis. Dat moet je zelf doen. Oké.
Je belt naar het ziekenhuis voor een afspraak. Je gaat naar het ziekenhuis en je gaat dan naar de polikliniek. De polikliniek is een onderdeel van het ziekenhuis waar patiënten op afspraak langskomen.
Voor een consult hè, een onderzoek, vragen, een diagnose, een behandeling of een controle en je blijft dan niet. Het is een korte afspraak. Dat doen ze in de polikliniek.
De eerste keer dat je in het ziekenhuis komt, moet je vaak wat eerder komen om een patiëntenpas aan te maken. En op de patiëntenpas staan jouw gegevens. Dus die neem je dan ook elke keer dat je naar het ziekenhuis gaat weer mee.
In het ziekenhuis werken specialisten en elke dokter in het ziekenhuis heeft een specialiteit. Dus die weet veel over één speciaal ding, hè. De huisarts weet een beetje over alles en de specialist weet veel over een klein stukje.
Je hebt bijvoorbeeld de gynacoloog en dat is de dokter voor vrouwen. Je hebt een KNO- arts. K is keel, N is neus en O is oor.
keel, neus en oorarts. Eh je hebt een oogarts, je hebt een uroloog. Dat is dan de dokter voor mannen eigenlijk voor speciale mannendingen.
Je hebt een cardioloog. Dat is de arts die weet over hartziekte. Je hebt een dermatoloog die weet veel over huidziekte.
Je hebt een internist. Een internist weet veel over inwendige organen zoals nieren bijvoorbeeld. Kinderarts voor kinderziekte, een neuroloog voor zenuwen, een oncoloog voor kanker en je hebt ook een chirurg.
En de chirurg opert en je hebt nog meer specialiteiten, specialisten. Maar hier heb je de belangrijkste bij elkaar. Als je in het ziekenhuis moet blijven, dan word je opgenomen.
Er is dan sprake van een opname. Dan moet je langer blijven. Bij het ziekenhuis is ook de spoedeisende hulp.
De s e h spoedisende hulp. En dat is voor noodgevallen hè. Als je 112 gebeld hebt omdat er een ongeluk is gebeurd, dan kan die persoon gelijk naar het ziekenhuis.
Dan hoef je niet eerst naar de dokter. Dus dat is voor noodgevallen. Dan moet je wachten op je beurt.
Want er zijn meer mensen misschien die ook een noodgeval hebben. En in zo'n wachtruimte gaat het niet. Wie het eerst komt is het eerst aan de beurt.
Maar de mensen met de ergste klachten die gaan eerst. Dus de mensen met de grootste noodsituatie komen eerst aan de beurt. Dan heb je ook nog andere hulpverleners.
Bijvoorbeeld een tandarts. Een tandarts kies je ook zelf. En let op, ook sommige tandartsen zitten vol met patiënten en dan moet je een andere kiezen.
Kijk welke tandarts het beste bij jou past. De meeste mensen gaan twee keer per jaar voor controle. Dus dan wordt er gekeken of je tanden nog goed zijn en wordt het misschien een beetje schoongemaakt.
Ehm als er iets aan de hand is, kan het zijn dat je een gaatje hebt. Een gaatje moet gevuld worden. De gaatjes kunnen in je tanden zitten hier of in je kiezen.
En dan krijg je een vulling. Als het erg is, dan moet de kies of de tand getrokken worden. Dan wordt hij eruit gehaald.
Dat heet trekken. Dan krijg je een verdoving. Je hebt ook orthodontisten.
Orthodontisten zijn tandartsen die gespecialiseerd zijn in het corrigeren van je tanden. Dus als jouw tanden niet goed staan, dan kan een orthodontist dat beter maken. Bijvoorbeeld door een beugel.
Heel veel kinderen hebben een beugel en dat is om hun tanden, de stand van de tanden te corrigeren, zodat ze later minder problemen hebben met hun tanden. Dan heb je een fysiotherapeut. Een fysiotherapeut helpt bij lichamelijke klachten.
Ehm ze doen bewegingsoefeningen met je en geven je oefeningen die je zelf thuis ook kunt doen. Je kunt hier naartoe met verwijzing van de arts, maar ook zonder verwijzing. Er is een psycholoog.
Een psycholoog helpt als je geestelijk in je hoofd problemen hebt. Meestal gaat dit met verwijzing. Het kan ook zonder verwijzing van de huisarts, maar dan wordt het niet in ieder geval niet vergoed door de verzekering.
Als je zwanger bent ga je naar de verloskundige. Je zoekt zelf een verloskundige. De verloskundige controleert hoe het gaat met jou.
Ze geeft advies en helpt bij de bevalling. Een bevalling kan thuis en in het ziekenhuis. Thuis is het alleen als er geen problemen met je zijn.
Als alles goed gaat. Zijn er problemen tijdens de zwangerschap, dan word je verwezen naar de gynacoloog, de vrouwendokter in het ziekenhuis. Als je baby geboren is, kun je kraamzorg krijgen van een kraamverzorgster.
Meestal is dat 8 dagen. Een kraamverzorgster helpt je bij eh de verzorging van je baby en bij een bij eenvoudige huiselijke taken, zodat jij het wat rustiger aan kunt doen. Dat jij uit kunt rusten.
Je moet een kraamverzorgster zelf regelen en je moet ook goed kijken naar je verzekering, want niet alle verzekeringen betalen de kraamzorg. Als je babytje vier weken is, ga jij naar het consultatiebureau. En het consultatiebureau controleert je baby, controleert je gezond, de gezondheid van je baby, het gewicht, de lengte, de groei, de tandjes.
Ehm ze geven ook advies en ze geven vaccinaties. Je gaat naar het consultatiebureau tot je kindje 4 jaar is. Af en toe krijg je een gesprek met een arts op het consultatiebureau.
[Muziek] Oudere mensen wonen zo lang mogelijk thuis. Vroeger had je verzorgingshuizen, maar die zijn er niet zo heel veel meer. Men probeert om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te houden.
Eventueel met behulp van thuiszorg. En thuiszorg dat houdt in dat je begeleiding krijgt in het dagelijkse leven. Dingen die jij thuis zelf niet meer zo goed kan doen.
Daarin word je begeleid. Thuiszorg is van een organisatie. Er is ook mantelzorg.
En mantelzorg, dat is als familie je helpt bij de verzorging. Mantelzorg. Er is ook de mogelijkheid tot een wijkverpleegkundige.
En de wijkverpleegkundige die verpleegt en die ehm verzorgt medische dingen. Dus speciaal voor op medisch gebied is er de wijkverpleegkundige en voor de dagelijkse zorg is er thuiszorg of mantelzorg. Als je nou echt niet meer thuis kunt wonen, dan kun je naar een verpleeghuis.
En in een verpleeghuis zitten mensen die vaak 24 uur per dag zorg nodig heb hebben en die kunnen dan echt niet meer alleen thuis wonen. Nou, daar heb ik heel veel verteld over zorg. Maar hoe wordt dat betaald?
Ja, dat wordt betaald door een zorgverzekering. Die is verplicht. In ieder geval de basisverzekering is verplicht.
En in de basisverzekering zitten de belangrijkste dingen. Ehm huisarts, een ambulance, medicijnen, meestal het ziekenhuis en je hebt een aanvullende verzekering. Die is niet verplicht.
Dan kun je denken aan bijvoorbeeld een tandartsverzekering. Eh de fysio zit vaak in de aanvullende verzekering. De fysiotherapeut, de psycholoog zit in de aanvullende verzekering.
Dus je moet goed kijken wat jij nodig hebt, wat bij jou past. Je kunt zelf een maatschappij kiezen, een verzekeringsmaatschappij. En wat je moet betalen, dat kan dan een beetje verschillen.
En wat je moet betalen, dat heet de premie. En premie is het bedrag wat je elke maand betaalt aan de verzekering. Dus de premie kan verschillen, maar ook de voorwaarden kunnen verschillen.
Want soms zit een fysiotherapeut er wel in en soms weer niet. Dus je moet goed kijken wat wordt vergoed. En ook belangrijk is kan je bijvoorbeeld zelf het ziekenhuis kiezen.
Niet bij elke zorgverzekering kun jij zelf kiezen welk ziekenhuis je wilt. Nou, een zorgverzekering is best veel geld. Als je dat niet kunt betalen, dan kun je een zorgtoeslag aanvragen bij de belastingdienst.
Dan krijg je je premie weer terug van de belastingdienst. Voor kinderen onder de 18 hoef je geen premie te betalen. Maar let op, als er een nieuw kindje wordt geboren, een baby, dan moet je dat binnen 4er maanden na geboorte van de baby aanmelden bij de verzekering.
Nou, je hebt een eh bedrag betaald bij de verzekering. Dat betaal je elke maand die premie. Maar je moet ook een eigen risico betalen.
Iedereen van 18 jaar en ouder betaalt eigen risico. Eigen risico is een bedrag van nu €385. En dat betekent dat de eerste €385 die jij uitgeeft aan medische kosten moet je zelf betalen.
Komt het daarboven, dan krijg je het vergoed van de verzekering. Sommige dingen vallen niet in het eigen risico. Bijvoorbeeld de huisarts.
Dat zei ik daarnet. De huisarts is altijd gratis. die valt niet onder het eigen risico.
Dus daar kun je echt altijd naartoe als er iets is. Je kunt ook een hoger eigen risico nemen. Bijvoorbeeld voor €85.
Dat betekent dat je eerst €85 moet uitgeven en dat je daarna pas vergoed kunt krijgen. Dat is trouwens het maximale bedrag. van een eigen risico.
Als je dus heel gezond bent en je bent nooit ziek, dan kun je daarover denken. Want als jij een hoger eigen risico hebt, betaal je minder premie elke maand. En als je denkt: "Ik ben nooit ziek.
Ik hoef niet naar de dokter, dan kun je daarover denken. " Ik heb een heleboel nu verteld over zorg en de gezondheid in Nederland. Ik hoop dat het duidelijk voor je is.
Wil je nog meer oefenen, kijk dan naar de video met 40 vragen over gezondheid en zorg. Ik wens je heel veel succes bij een examen als je je KNM examen gaat doen. En ik zie je graag de volgende keer.
Tot dan.