Wil jij je KNM examen voorbereiden, maar heb je geen zin in dure lessen? Koop een boek en kijk naar deze video en mijn andere KNM video's. En je bent goed voorbereid op het examen.
[Muziek] Hallo allemaal en welkom bij een nieuwe video over Nederland en de Nederlandse taal. In deze video maak ik samen met jou het tweede proefexamen op de site van Duo. Er zijn 40 vragen.
Het wordt een lange video. Ik raad je aan om na elke vraag de video even te pauzeren en zelf na te denken over het antwoord wat jij wilt geven. Daarna druk je weer op play en hoor je mijn antwoord en een uitleg erbij.
Om je voor te bereiden is deze video al heel geschikt, maar wil je nog verdiepende informatie, kijk dan naar mijn video's over de thema's. Ik maakte over elk thema een video. Ik maakte ook over elk thema een vragenvideo.
Daarin kun je oefenen met een specifiek thema. Dus er zijn genoeg video's om uit te kiezen en om je voor te bereiden. Maar nu beginnen we met vraag é van het tweede proefexamen.
De eerste vragen gaan over het thema gezondheid en gezondheidszorg. Ramish is verhuisd. Hoe krijgt hij een huisarts in zijn nieuwe woonplaats?
De gemeente regelt een huisarts voor hem. De huisarts in de wijk stuurt hem een bericht. Ramish zoekt zelf een huisarts.
Nou, een huisarts, maar ook een tandarts moet je zelf zoeken. Dus je kijkt ehm op Google of je vraagt aan eh familie of kennissen eh welke huisarts of tandarts goed is, welke bij jou past en daar ga je dan vragen of jij patiënt daar kan worden. Dus antwoord C is het juiste antwoord.
Eline heeft erge keelpijn. Ze wil naar een dokter. Het is maandagochtend.
Waar moet Eline een afspraak maken? Bij de apotheek, bij de huisarts, bij de spoedeisende hulp. Nou, normaal gesproken in Nederland ga je altijd eerst naar de huisarts.
Hier ook. Het is maandagochtend. Het is een gewone werkdag.
Dus als je dan iets hebt, ga je naar de huisarts. Eh als het in het weekend of 's avonds valt, dan bel je de huisartsenpost. En bij de huisartsenpost werken altijd huisartsen en die kunnen je dan raadgeven wat je moet doen.
De apotheek, daar ga je naartoe ehm als je medicijnen nodig hebt. Dus antwoord A is niet goed. Antwoord C, de spoedeisende hulp.
Daar zit het woord spoed in. Daar ga je naartoe als je meteen hulp nodig hebt. Als je bijvoorbeeld een autoongeluk hebt meegemaakt of als je van de trap afgevallen bent en je dan ga je gelijk naar de spoedisende hulp.
Dus antwoord B is hier het juiste antwoord. De collega van Evi ligt op de grond. Hij beweegt niet.
Welk nummer moet zij bellen? Het alarmnummer 112. Het nummer van de huisarts.
Het nummer van het ziekenhuis. Dit is niet voor de huisarts. Je collega beweegt niet.
Ehm er is iets heel ernstigs aan de hand en dan bel je 112, het alarmnummer. Dan krijg je de melding of je brandweer, politie of ambulance wil. Dan kies je voor ambulance, want hier moet direct medische hulp worden geboden.
Dus het juiste antwoord is A. Nora heeft een baby gekregen. Wat doet het consultatiebureau voor Nora en haar baby?
De gezondheid van de baby controleren. Een oppas regelen als Nora weg moet. Helpen bij het huishouden.
Het consultatiebureau is er voor kindjes van 0 tot 4 jaar tot je kindje naar school gaat. Wat doen ze daar? Ze controleren de gezondheid van je baby, hè.
Ze kijken hoeveel je baby weegt, eh hoe groot die is, hoe die gegroeid is, of die zich goed ontwikkeld. Ze geven ook vaccinaties tegen verschillende ziektes en ehm ze helpen jou ook af en toe met advies wat je moet doen voor je kindje. Dus ja, nee, en oppas, dat doen ze niet.
En ze helpen ook niet bij het huishouden. Ze zijn er echt voor de gezondheid van je baby. Antwoord A.
Peter krijgt een bloedonderzoek. Zijn verzekering zegt dat het bloedonderzoek onder zijn eigen risico valt. Wat betekent dat?
De overheid betaalt de kosten. De verzekering betaalt de kosten. Peter betaalt de kosten.
Iedereen moet verplicht verzekerd zijn voor medische kosten die je maakt. Maar er is sprake van een eigen risico. Dat betekent de eerste €385 die uit worden gegeven aan medische kosten moet je zelf betalen.
Je kunt dit eigen risico ook hoger maken. Dan betaal je minder premie. Maar het is minimaal voor iedereen €385.
Die eerste €385 betaal je dus altijd zelf. Dit bloedonderzoek valt onder het eigen risico. Dat betekent dat Peter de kosten betaalt.
Komt hij boven die €385, dan krijg je het vergoed van de ziektekostenverzekering. Antwoord C. De volgende vragen gaan over omgangsvormen, waarde en normen.
Uit een raam hangt een vlag met een tas. Wat betekent dit? Iemand gaat verhuizen.
Iemand is geslaagd voor school. Iemand is getrouwd. In Nederland kun je de vlag uithangen met een rugzak of een tas eraan als je geslaagd bent voor je examen.
Bij verhuizing of getrouwd hangen we geen vlaggen buiten en helemaal al niet met een tas eraan. Die tas dat is de schooltas van iemand geweest gedurende de periode op school. Dus iemand is geslaagd voor school.
Antwoord B. Alex heeft een afspraak bij de huisarts. Hij is zijn afspraak vergeten.
Alex is een uur te laat. Wat kan Alex het beste doen? De huisarts bellen.
In de wachtkamer wachten. Wachten tot de huisarts naar Alex belt. Nou, bij medische afspraken is het altijd belangrijk dat je op tijd komt.
Maar ben je nou niet op tijd, ben je het vergeten, dan is het netjes om de huisarts te bellen en het uit te leggen. En dan probeer je een nieuwe afspraak te maken. Antwoord A is het juiste antwoord.
Arno en Timo zijn twee mannen. Ze willen met elkaar trouwen. Wat staat hierover in de Nederlandse wet?
Dat mag. Dat beslist de gemeente. Dat mag niet.
Nou, in Nederland mogen mannen met mannen trouwen, vrouwen met vrouwen en vrouwen met mannen. Ehm het mag dus. En dat staat in de wet.
Antwoord A. De volgende vragen gaan over het thema instanties. Nancy zoekt informatie over de kinderopvangtoeslag.
Naar welke website kan zij het beste gaan? www. belastingdienst.
nl www. kvk. nl www.
uvv. nl nl. UWV staat voor uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Ehm dat betekent dat je hier terecht kan voor verzekeringen eh die te maken hebben met de werknemers. Dan kun je bijvoorbeeld denken aan de WW, de VIA en de ziektewet. Kw staat voor kamer van koophandel.
Die zijn voor ondernemers. En de belastingdienst. Wat zijn de taken van de belastingdienst?
Die taken zijn het heffen en het innen van belastingen. Dus ze vragen aan jou om belastinggeld. Hun taak is ook het uitkeren van toeslagen.
Dat betekent toeslagen waar jij recht op hebt, die betalen zij aan jou. Deze toeslagen hebben te maken met je inkomen. Ze zijn afhankelijk van je inkomen.
Dat betekent of dat het uitmaakt of jij een hoog of een laag inkomen hebt. Ze kijken naar je inkomen en beslissen op grond daarvan of jij recht hebt op een toeslag. Je kunt hierbij denken aan huurtoeslag, zorgtoeslag en kinderopvangtoeslag.
Deentie moet informatie vragen bij de belastingdienst en antwoord A is daarom het juiste antwoord. Dave en Maria gaan samenwonen. Aan wie moeten ze dit doorgeven?
Aan de belastingdienst en de bank. Aan de gemeente en de bank. aan de gemeente en de belastingdienst.
Als er iets verandert in je persoonlijke informatie, geef je dat door aan de gemeente. Één van de taken van de gemeente is het bijhouden van de BRP, basisregistratie personersonen. En dan is het belangrijk om te weten met wie jij in een huis woont.
De belastingdienst moet het ook weten, want jullie gaan nu misschien twee inkomens hebben, hè. Dus en die van Dave en die van Maria. Dus je inkomen kan hierdoor ook veranderen en dat moet je doorgeven aan de belastingdienst.
Antwoord C is dus het juiste antwoord. Kofie wil een Nederlands paspoort aanvragen. Waar kan hij dat doen?
bij de belastingdienst, bij de gemeente, bij het postkantoor. Nou, ik heb daarnet al gezegd welke taken bij de belastingdienst horen. Daar valt dit niet onder, hè.
bij het postkantoor, daar kun je dit ook niet doen. Eh dan hebben we nog de gemeente. Wat zijn de taken van een gemeente?
We had net gezegd de taken van de gemeente, dat is het eh registreren van alle gegevens van de personen die in de gemeente wonen. Ehm maar een andere taak van de gemeente is het verstrekken, het uitgeven van reisdoen en rijbewijzen. Er is nog een andere taak van de gemeente.
Een derde. En dat is het uitvoeren van de Wm, de wet maatschappelijke ondersteuning en het uitvoeren van de participatiewet. De participatiewet, daar valt de bijstandkering uit, hè.
Alle mensen die kunnen werken, maar die hulp nodig hebben om te kunnen werken, die vallen onder de participatiewet. bijvoorbeeld dus de bijstandsuitkering. Hier gaat het om een Nederlands paspoort.
Dat is een reisdocument. Dat moet je dus aanvragen bij de gemeente. Antwoord B.
Mike wil inloggen op de website van het UWV. Wat heeft hij nodig? Zijn BSM nummer, zijn digide?
zijn postcode en huisnummer. Alles wat te maken heeft met digitaal contact en de overheid, hè. De UWV valt daaronder en de website is een digitaal contact.
Daar heb je een soort controle, een identiteitscontrole wordt daar dan gedaan en dat is de digide. Dus wil jij digitaal contact opnemen met de overheid, heb je een digide nodig? Antwoord B.
Waar kun je in Nederland huurtoeslag aanvragen? bij de belastingdienst, bij de gemeente, bij de woningbouwvereniging. Ik heb al genoemd dat huurtoeslag afhankelijk is van je inkomen.
Dat krijg je alleen als je een laag inkomen hebt. Wie daarover beslist, dat is de belastingdienst. De belastingdienst gaat over toeslagen die te maken hebben met je inkomen.
Dus de huurtoeslag vraag je aan bij de belastingdienst. Dat doe je bij mijn toeslagen. Net zoals de zorgtoeslag en de kinderopvangtoeslag.
Kindgebonden budget is ook afhankelijk van je inkomen, maar die hoef je vaak niet aan te vragen. Dat gebeurt automatisch. Dan is er ook nog kinderbijslag.
Dat is onafhankelijk van je inkomen. Dat krijgt iedereen die kinderen heeft. Dat wordt aangevraagd bij de SVB, de sociale verzekeringsbank.
Hier gaat het om huurtoeslag en dan ga je naar de belastingdienst. Antwoord A. Aisha heeft een uitkering.
Ze gaat samenwonen met haar vriend. Verandert haar uitkering? Ja, haar uitkering gaat omhoog.
Haar uitkering verandert misschien. Nee, haar uitkering blijft zeker hetzelfde. Als je gaat samenwonen, dan kan er iets veranderen in je inkomenssituatie.
Aisha heeft een uitkering, maar haar vriend heeft misschien werk. En dan verandert dus jullie gezamenlijke inkomenssituatie. Ehm dat betekent ook dat de uitkering misschien verandert van Aisha.
Dat is niet zeker, want we weten niet welk inkomen haar vriend heeft. Dus misschien verandert haar uitkering. Dat is antwoord B.
Waarbij helpt het juridisch loket? bij het leren van Nederlands, bij het zoeken naar een woning, bij vragen over rechten en plichten. Juridisch dat staat voor rechten en plichten en wetten.
Dus ze helpen je niet bij het leren van Nederlands en ook niet bij het zoeken van een woning, maar bij vragen over rechten en plichten. En dat is een gratis advies. Antwoord C.
De volgende vragen gaan over werk en inkomen. Jozef krijgt een vast contract bij een bedrijf. Moet hij zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel, KVK?
Ja, dat moet volgens de wet. Alleen als hij dagen per week werkt. Nee, dat moeten alleen mensen met een eigen bedrijf.
We gaan even kijken naar de taken van de KVK, de kamer van Koophandel. De taken zijn registreren, informeren en adviseren van ondernemers. En een ondernemer is iemand die een eigen bedrijf heeft.
Jozef heeft een contract bij een bedrijf. Hij heeft dus niet een eigen bedrijf. Daarom is het juiste antwoord C.
Nee, hij moet niet naar de KVK. Dat moeten alleen mensen met een eigen bedrijf. Werkgevers maken afspraken met nieuwe werknemers.
Welke afspraken maken zij vaak? Afspraken over hobby en reiskosten. Afspraken over hobby en werktijden.
Afspraken over reiskosten en werktijden. Tussen werkgever en werknemer hè, dus de baas en de werk, wordt er niet gepraat over hobby's. Tenminste er worden geen afspraken over gemaakt.
Dat is privé. Dus het enige goede antwoord is antwoord C. Afspraken over reiskosten van je woonplaats na je werk en over de tijden dat je werkt.
Nadja krijgt een uitkering. Ze zoekt al lange tijd naar werk. Natja wil een cursus doen om snel werk te vinden.
Wie kan haar hiermee helpen? De Belastingdienst, haar bank, het UWV. We hebben het al eerder gehad over de taken van de belastingdienst.
De bank handelt met geldzaken als je geld wilt lenen of een bankrekening wilt openen. We gaan dus kijken naar de taken van het UWV. Dat is het uitvoeren van ehm verzekeringen aan werknemers.
Dan kun je denken aan de werkloosheidswet, de ziektewet, de wet inkomen naar arbeidsvermogen via. Een andere taak van het UBV is het ondersteunen bij het vinden van werk. Dus als jij werk zoekt maar je vindt het lastig, dan kun je hulp zoeken bij het UWV.
Nora wil een cursus doen om werk te vinden. Dat betekent dat ze daarvoor naar het UWV kan. Antwoord C.
Carlos heeft een diploma uit Amerika. Hij wil zijn Amerikaanse diploma laten waarderen in Nederland. Waar kan dit?
Bij de bibliotheek, bij de IDW, bij een universiteit. Als je weet wat IDW betekent, weet je ook het antwoord. De I staat voor internationale, de D voor diploma en de W voor waardering.
Internationale diplomawaardering. Daar kun je je buitenlandse diploma naartoe sturen en daar wordt gekeken hoeveel je diploma in Nederland waard is. Dus hier is het juiste antwoord.
B. Abdel werkt bij een bedrijf. Hij schrijft elke dag op hoeveel uur hij heeft gewerkt.
Dat moet van het bedrijf. Mag het bedrijf dat eisen? Ja, dat mag.
Alleen als Abdel in deeltijd werkt. Nee, want dat is persoonlijke informatie. De werktijden, de uren die je maakt, die hebben heel direct te maken met het werk.
Dus ja, dat mag je werkgever van je vragen. Antwoord A is het juiste antwoord. Tami heeft een eigen bedrijf.
Ze heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering. AOV. Wanneer krijgt Tami geld van deze verzekering?
Als er iets kapot gaat in haar bedrijf. Als ze langere tijd ziek is, als ze vrije dagen wil. In het woord arbeidsongeschiktheidsverzekering zitten drie woorden.
Verzekering, arbeid. Arbeid betekent werk en ongeschikt. Ongeschikt betekent dat je iets niet kan.
Je bent ergens niet geschikt voor. Je kan iets niet. En als je arbeidsongeschikt bent, dan kun je niet werken.
Waardoor kun je niet werken? Dat is als je langere tijd ziek bent, hè. Dus niet als je vrije dagen wil, want dan kun je wel werken.
Dan wil je niet werken. En als er iets kapot gaat in de in je bedrijf, dan kun jij nog wel werken. Maar misschien is zijn de spullen in je bedrijf kapot.
Maar als je langere tijd ziek bent, kun je in aanmerking komen voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dus antwoord B. Suzanna werkt als schoonmaakster.
Ze heeft een tijdelijk contract. Wat is dat? Een contract met een einddatum.
Een contract voor deeltijdwerk. Een contract zonder vaste werkdagen. Een tijdelijk contract.
Het tegenovergestelde is een contract voor onbepaalde tijd. Tijdelijk en onbepaalde tijd zegt iets over de duur van het contract. Hoe lang duurt het contract?
Een contract voor onbepaalde tijd die die heeft geen einddatum. Dat blijft onbepaald. Dus dan heb je een vaste baan.
Een tijdelijk contract is een contract dat wel een einddatum heeft. Dus antwoord A: Een contract met een einddatum is een tijdelijk contract. Wat doet de personeelsvereniging van een bedrijf?
Activiteiten organiseren voor werknemers. Nieuwe werknemers aannemen. Regels maken over werk en werktijden.
Een personeelsvereniging is er voor het personeel. Personeel is een ander woord voor werknemers. En ze organiseren leuke dingen, interessante dingen, activiteiten, feestjes, lezingen.
Dus antwoord A is het juiste antwoord. Saï is aan het inburgeren. Hij bereidt zich voor op werk.
Wat is verplicht? De module arbeidsmarkt en participatie. Map.
Een cursus solliciteren, inschrijven bij een uitzendbureau. Nou, een cursus solliciteren en inschrijven bij een uitzendbureau is heel nuttig als je werk wilt vinden, maar het is niet verplicht. Eh de module arbeidsmarkt en participatie is wel verplicht.
Hierin komen acht thema's aan bod je voorbereiden op het hebben en het zoeken van werk. Eh ook ga je eh hier in 40 uur, minimaal 40 uur werken. Dus antwoord A is het goede antwoord.
De volgende vragen gaan over het thema wonen. Alex zoekt een huurhuis. Waar kan hij zich inschrijven als woningzoekende?
bij een uitzendbureau, bij een woningcorporatie, bij het UWV. Nou, het UWV en het uitzend bureau zijn allebei organisaties die je helpen kunnen helpen met werk. Bij een woningcorporatie kun je je inschrijven als je een huis zoekt, een huurhuis.
Dus antwoord P is het juiste antwoord. Jackie gaat verhuizen. Ze heeft nog geen contract voor energie.
Wie regelt het energiecontract voor haar nieuwe woning? De gemeente, de woningcorporatie. Jackie.
Jackie moet zelf haar energie regelen. Eh je kan kiezen uit verschillende soorten bedrijven, aanbieders en je kunt kiezen uit verschillende soorten contracten. Dus zelf kijk je welke het beste bij jou past en jij moet dat inderdaad zelf regelen.
Dus in dit geval is het Jackie die het moet regelen. Antwoord C. Amar wilen.
Hij merkt dat er geen gas is. Welk nummer moet Amar nu bellen? Het nationaal storingsnummer.
Het nummer van de brandweer. Het nummer van de gemeente. Als je geen gas of geen strom meer hebt of als je gaslucht ruikt, dan bel je het nationaal storingsnummer en dat is 089009.
Dat moet je dan bellen. Antwoord A is goed. Dave moet zijn gasgebruik doorgeven.
Dit is een foto van zijn gasmeter. Welk getal moet hij doorgeven? 03164 033 352 2275.
Je moet eh aangeven hoeveel kuub je hebt verbruikt en dat is m3. Dat is hoeveel kuub. En dan moet je alleen de cijfers aangeven die voor de komma staan.
Dat zijn hier de zwarte cijfers. Dat betekent dat antwoord A het juiste antwoord is. De volgende vragen gaan over het thema onderwijs en opvoeding.
In Nederland moeten kinderen verplicht naar school. Tot en met welke leeftijd minimaal? Tot en met 12 jaar.
Tot en met 14 jaar. Tot en met 16 jaar. Tot en met 16 jaar ben je verplicht om naar school te gaan.
Je kunt met 16 jaar stoppen als je een diploma hebt. Heb je nog geen diploma, dan ben je kwalificatieplichtig. Dan moet je nog tot je 18e doorgaan of tot de tijd dat je een diploma hebt behaald.
Maar heb je een diploma, dan kun je met je 16e jaar stoppen met school. Antwoord C. Emma gaat studeren aan het HBO.
Ze wil geld krijgen van de overheid om te studeren. Waar kan Emma dat geld aanvragen? Bij duo, bij het COA, bij het UWV.
UWV ging over verzekeringen voor werknemers. Het COA is er voor asielzoekers. En bij duo kun je geld lenen voor je studie of je opleiding.
Dus antwoord A is het juiste antwoord. Jamal zit in groep 8 van de basisschool. Volgend jaar gaat Jamal naar het voortgezet onderwijs.
Waar kan Jamal naartoe gaan? Naar de Havo. Naar het HBO.
naar het MBO. Na de basisschool kun je naar het voortgezet onderwijs of het middelbaar onderwijs. Dat zijn scholen die tussen de basisschool zitten en de beroepsopleidingen.
Kijken we even naar de afkortingen. Ho. Betekent hoger beroepsonderwijs.
Dat zijn dus beroepsopleidingen. MBO betekent middelbaar beroepsonderwijs. Dat zijn ook beroepsopleidingen.
Daar ga je dus heen als laatste hè. We hebben het nu over het middelbaar onderwijs. Dat zit tussen de basisschool en de beroepsopleidingen.
De havo betekent hoger algemeen vormend onderwijs. Daar kun je heen na de basisschool. Na de havo kun je dan dan weer naar het MBO of het HBO.
Na de basisschool zou je ook kunnen naar het VBO of naar het Vmbo. Dat zijn ook algemeen vormende opleidingen. Dus het antwoord op deze vraag moet A zijn naar de Havo.
De volgende vragen gaan over het thema geschiedenis en geografie. Wanneer is Bevrijdingsdag in Nederland? 27 april.
5 mei 13 juni. 27 april is de verjaardag van de koning. Dan vieren we Koningsdag.
Eh 13 juni is niet een bepaalde feestdag, maar 5 mei dan vieren we bevrijdingsdag. 4 mei dan denken herdenken we de mensen die gesneuveld zijn, die gedood zijn in de oorlog. En 5 mei vieren wordt dus onze bevrijding.
Antwoord B. Wat gebeurde er met heel veel joodse Nederlanders in de Tweede Wereldoorlog? Ze moesten naar Kampen en werden daar gedood.
Ze moesten verplicht naar Amerika. Ze moesten voor het Duitse leger vechten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vond de Holocaust plaats.
En dat betekende dat heel veel joden werden opgepakt en naar kampen moesten. Ze werden daar gedood. Antwoord A is het juiste antwoord.
Waar ligt de provincie Gelderland? De provincie Gelderland, dat is antwoord C. Hier ligt Noord-Brabant en hier ligt Groningen.
En dit is dus Gelderland. Antwoord C. Welk land was vroeger een kolonie van Nederland?
Brazilië, Suriname, Venezuela. Suriname was vroeger een kolonie van Nederland. Sinds 1975 is Suriname onafhankelijk.
Antwoord B is het goede antwoord. De volgende vragen gaan over staatsinrichting en rechtsstaat. In Nederland zijn er verschillende verkiezingen.
Is stemmen verplicht in Nederland? Ja, vanaf 18 jaar. Alleen bij sommige verkiezingen.
Nee, dat is niet verplicht. Stemmen is een recht en geen plicht. Dat betekent dat je mag stemmen, maar niet dat je moet stemmen.
Antwoord C is het juiste antwoord. Mag je in Nederland je eigen religie kiezen? Ja, dat mag.
Nee, iedereen moet het geloof van zijn ouders nemen. Nee, je mag alleen christelijk of islamitisch zijn. In Nederland is er vrijheid van godsdienst.
Dat betekent dat je mag geloven wat je wilt. Dus ja, dat mag. Wat is een taak van de koning van Nederland?
Het bepalen van straffen, het leiden van de regering, het officieel bezoeken van andere landen. De koning heeft in Nederland niet zo heel veel taken. Het bepalen van straffen, dat doet de rechter.
Het leiden van de regering, dat doet de ministerpresident. Wat de koning wel doet is het officieel bezoeken van andere landen. Antwoord C.
Hoe heet de ministerpresident van Nederland? Dik Schoof, Frans Timmermans, Mark Rutte. Mark Rutte is heel lang de minister-president van Nederland geweest, maar nu niet meer.
Frans Timmermans is de leider van de oppositiepartij, de tegenparti en een tegenpartij. GroenLinks P van de A. Maar Dik Schoof, je ziet hem hier op deze foto, dat is de huidige ministerpresident van Nederland.
Hanna heeft niet de Nederlandse nationaliteit. Wanneer mag ze bij de gemeenteraadsverkiezingen stemmen? Als ze 3 jaar in Nederland woont, als ze 4 jaar in Nederland woont.
Als ze 5 jaar in Nederland woont. Bij de gemeenteraadsverkiezingen mag je stemmen als je 5 jaar in Nederland woont en een eh geldige verblijfsvergunning hebt. Dus antwoord C.
Dit waren de 40 vragen. Ik ben benieuwd hoeveel jij er al van tevoren goed had. En ik hoop dat mijn uitleg je verder heeft geholpen bij het voorbereiden op je KNM examen.
Kijk vooral ook naar mijn andere video's. Ik maakte video's over elk KNM thema en ik maakte ook vragenvideo's. Veel succes met jouw examen.
Doei.