Wil jij meer oefenen met KNM en ben je vooral geïnteresseerd in het thema wonen? Dit is deel 2 van een serie woordenschatoefeningen KNM en hij gaat over wonen. [Muziek] Hallo allemaal en welkom bij een nieuwe video over Nederland en de Nederlandse taal.
Dit is de tweede woordenschatvideover KNM en in deze video gaat het over wonen. Je krijgt van mij twee oefeningen om je woordenschat over het thema wonen te oefenen. In de eerste oefening krijg je 24 woorden die je moet invullen in zinnen.
Ik ga niet de betekenis extra uitleggen, maar uit de zinnen blijkt wat het woord betekent. Dus daar kun je de betekenis uit afleiden. In de tweede oefening moet je de woorden actief kennen.
Het is een kruiswoordpuzzel. Je vulten in van het thema wonen. En als je bepaalde letters vindt, kun je daarmee weer een woord maken en dat kun je in de reacties zetten.
Mocht je nou toch meer achtergrondinformatie willen hebben, dan kun je kijken naar de uitlegvideo thema wonen wat ik eerder maakte. Of nog een speciale vragenvideo het thema wonen. Deze video gaat echt over het trainen van je woordenschat.
We gaan kijken naar de woorden. De 24 woorden die je moet invullen zijn de hypotheek, het geregistreerde partnerschap, afvalscheiden, de borg, de sociale huursector, de overlast, de vrije huursector, de makelaar, afvalstoffenheffing, De wettelijke aansprakelijkheidsverzekering WA, het verbruik, de notaris de woningcorporatie onderhouden, de servicekosten, diensttoeslagen, de opstalverzekering, de eensgezinswoning, De jaarrekening, het stopcontact, een bot doen, het variabele tarief vergoeden. De aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren AVP.
De zinnen waarin je deze woorden moet invullen komen nu. Zin 1. Karin en haar gezin wonen in een huis met een tuin bedoeld voor één familie.
Zin 2. Peter en Armat willen hun relatie officieel vastleggen, maar niet trouwen. Zij kiezen voor een Sint 3.
Mensen met een laag inkomen kunnen een huis huren in vier. Een dure huurwoning zonder huurtoeslag valt in vif. Bij de verkoop van een huis kun je de prijs niet zomaar accepteren.
Je moet vaak eerst zes. Als je een huis koopt sluit je vaak af bij de bank om een huis te kunnen betalen. geven.
Als je een huis wilt kopen helpt de je om een geschikte woning te vinden. Acht. Bij de koop van een huis moet je ook langs de die de koop officieel maakt.
Negen. Veel huurwoningen in Nederland worden beheerd door een 10. Bij het huren van een woning moet je vaak één maand huur vooruit betalen als 11.
Je huis blijft mooi en veilig als je het goed blijft. 12. De buren draaien elke nacht harde muziek.
Dat geeft veel. 13. Naast de huur betaal je ook soms voor schoonmaak en onderhoud van het gebouw.
De 14. Als je per ongeluk de telefoon van een vriend laat vallen, betaalt je de schade. 15.
Voor huurtoeslag of zorgtoeslag moet je bij zijn. 16. Als er brand is en je huis beschadigd raakt, krijg je geld van 17.
Met de auto kun je schade aan anderen veroorzaken. Daarom is een verplicht. 18.
Een bedrijf moet elk jaar uitleggen hoe het financieel ging. Dat heet de 19. Pas op dat je kind zijn vingers niet in steekt.
Dat is gevaarlijk. 20. Bij een energiecontract met een kan de prijs elke maand omhoog of omlaag gaan.
21. Voor het ophalen en het verwerken van vuilnis betaal je de gemeente. 22.
Glas, papier en plastic gooien apart weg. Dat heet 23. De energierekening hangt af van hoeveel je gebruikt.
Dat heet je. En de laatste, als je een product terugstuurt omdat het kapot is, moet de winkel het geld. Dit waren de zinnen.
Pauzeer de video en kijk of je zelf de juiste woorden kunt vinden. Laten we eens kijken naar de antwoorden. In één Karin en haar gezin wonen in een en huis met een tuin bedoeld voor een familie ofw een gezin een eezinswoning.
Zin twee Peter Amat willen officieel een relatie hebben, maar niet trouwen. Zij kiezen voor een geregistreerd partnerschap. Daarvoor ga je naar de notaris.
Dan leg je vast dat jullie gaan samenwonen. Je ondertekent een samenlevingscontract. Mensen met een laag inkomen kunnen een huis huren in de sociale huursector.
Sociale huursector hè, daar hoef je voor die huizen hoef je wat minder te betalen. Zijn iets minder duur dan andere huizen. En je kunt er ook huurtoeslag voor vragen.
Maar een dure huurwoning zonder huurtoeslag die valt in de vrije huursector. Dat is geen sociale huursector, maar de vrije huursector. Bij de verkoop van een huis kun je de prijs niet zomaar accepteren en zeggen van oké, ik betaal dat, ik neem het.
Maar je moet vaak eerst een bot doen. Je zegt: "Ik wil dit betalen. " En dan moet je afwachten of er iemand komt die misschien meer biedt.
Dus je moet vaak eerst een bot doen. Als je een huis wilt kopen, dan sluit je vaak een hypotheek af bij de bank om het huis te kunnen betalen. Dan leen je geld en je betaalt dan rente over dat bedrag.
Seven. Als je een huis wilt kopen, helpt de makelaar om een geschikte woning te vinden, hè. Je gaat naar de makelaar en je zegt: "Ik wil dat en dat.
" En de makelaar helpt jou. Dus in acht, bij de koop van een huis moet je ook langs de notaris die de koop officieel maakt. De notaris controleert de actes en handtekeningen en de identiteit.
Dat doet de notaris. Zin 9. Veel huurwoningen in Nederland worden beheerd door een woningcooöperatie.
Sint 10. Bij het huren van een woning moet je vaak één maand huur vooruit betalen als borg. En een borg betaal je omdat als er iets kapot gaat, dan kunnen ze dat van de borg afhalen, hè.
Van het bedrag wat je betaald hebt, kunnen ze de schade afhalen. Zin 11. Je huis blijft mooi en veilig als je het goed blijft onderhouden.
En onderhouden is reparaties uitvoeren, eh verven, zorgen dat het eh goed blijft je huis. Zin 12. De buren draaien elke nacht harde muziek.
Dat geeft veel overlast. Overlast is heel veel last. Zin 13.
Naast de huur betaal je ook voor schoonmaak en onderhoud van het gebouw. Dat zijn de servicekosten. 14.
Als je per ongeluk de telefoon van je vriend laat vallen, betaalt de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren, de AVP, de schade. 15. Voor huurtoeslag of zorgtoeslag moet je bij de dienst toeslagen zijn.
Bij de dienst van de belastingdienst. En de volgende. Als er brand is en je huis beschadigd raakt, krijg je geld van de opstalverzekering.
17. Met de auto kun je schade aan anderen veroorzaken. Daarom is een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering en WA verplicht.
18. Een bedrijf moet elk jaar uitleggen hoe het financieel gaat. Dat heet de jaarrekening.
19. Pas op dat je kind zijn vingers niet in het stopcontact steekt. Dat is gevaarlijk.
20. Bij een energiecontract met een variabel tarief kan de prijs elke maand omhoog of omlaag gaan. Een variabel tarief staat tegenover een vast tarief.
Daar spreek je een vaste prijs af. 21. Voor het ophalen en verwerken van vuilnis betaal je de gemeente.
Afvalstoffenheffing is hier het goede woord. Zin 22. Glas, papier en plastic gooien apart weg.
Dat heet afvalscheiden. Sint 23. De energierekening hangt af van hoeveel je gebruikt.
Dat heet je verbruik. En de laatste, als je een product terugstuurt omdat het kapot is, moet de winkel het geld vergoeden. Ze moeten het teruggeven, goed maken.
Nu heb je de woorden gezien en je hebt ze in zinnen gezet, kun je de woorden ook zelf bedenken zonder ze te zien. Als je de omschrijving leest, dat kun je oefenen in de volgende oefening. Dat is een puzzel.
Je ziet woorden die je horizontaal moet invullen en woorden die je verticaal moet invullen. In de roze vakjes staan nummers. Die nummers corresponderen met de vakjes onder de puzzel.
Je zet die letters die je vindt onder in de vakjes en dan krijg je een woord. Dat woord kun je in de reacties zetten. Bijvoorbeeld bij woord nummer é verticaal staat geld teruggeven voor schade of kosten.
Nou, één van de woorden die je net hebt gehad bij die 24 zinnen past hierbij. Dus als je dat woord weet, vul je dat in bij één verticaal. De tweede letter van dat woord komt in het roze vakje.
En bij het roze vakje staat nummer vier. Dus de tweede letter van dat woord komt op de 4de plek beneden. En de 1 2 3 4 5 6 letter is ook een roze vakje.
De zesde letter van dat woord komt op plek 8 in het woord beneden. Zo doe je de rest van de woorden en de letters. Heel veel succes.
Ik ben benieuwd naar het woord wat eruit komt. Schrijf het in de reacties en ik zie jullie graag een volgende keer. Tot dan.
Doei.