Hey, hallo. Mijn naam is Ad Appel en ik ben van de taalschool Ad Appel taaltrainingen. En ik ga jullie les geven.
Ik ga jullie de cursus geven van KNM. Kennis Nederlandse maatschappij. In deze cursus ga je leren over Nederland.
En ik ga je eerst zeggen wat je nodig hebt voor deze cursus. Ja, dit heb je nodig. Dit is het cursusboek.
Cursus kennis Nederlandse maatschappij. We hebben dit nieuwe boek gemaakt. Er is heel veel informatie in het boek en ik ga je helpen met studeren.
Wat je verder nodig hebt, dat is een schrift. In het schrift ga je veel dingen schrijven. Dingen die je in het boek ziet en eh moeilijke woorden eh vreemde woorden, vreemde dingen over Nederland.
Die ga je [gelach] schrijven in het schrift. Ze staan in het boek. maar dan ook later in jouw schrift.
En dat doe jij met een pen. Dus je hebt ook een pen nodig. Verder heb je nodig taalniveau A2.
Heb je taalniveau A2, dan kun je de dingen uit het boek en de dingen van de cursus goed begrijpen. Het boek is ook op taalniveau A2. Verder heb je ongeveer voor het hele boek 40 tot 50 studieuren nodig.
En eh ja, voor deze eerste les heb je ongeveer 6 uren studietijd nodig. Dus dat zijn de dingen die je nodig hebt. Oké.
Nou, we gaan beginnen met eh les 1. En les 1 gaat over thema 1. Thema 1.
Eh oké, wij eh gaan kijken in het boek. Je hebt het boek natuurlijk. En dan ga je kijken eerst op ehm pagina 3.
Want op pagina 3 zie je dat eh thema 1 57 delen heeft. Korte delen. En ja, wij gaan dan eh rustig kijken in het boek.
Hoe zit het boek in elkaar? Kijk rustig verder in het eh boek. Even naar pagina neen.
Op pagina 9 zie je hoe de hè hoe het boek is gemaakt. Want het boek heeft aan de ene kant tekst, aan de andere kant is een kolom. In de kolom zie je ook bijzondere woorden, moeilijke woorden.
Woorden die je dus moet leren en moet kennen voor kennis Nederlandse maatschappij. Ja, het boek heeft veel pagina's, 250, dus dat moet je allemaal rustig lezen en eh daarvoor heb je tijd nodig. Nou, wij gaan vandaag we gaan nu kijken naar thema 1, pagina 11, werk en inkomen.
Thema 1 is werk en inkomen. Je gaat veel lezen, veel horen van mij nu over werk en inkomen. En ik ga je helpen met eh de meeste teksten.
Ik zeg iets kort over deze teksten. Eh het eerste tekstje gaat over de module arbeidsmarkt en participatie. Map.
Map is een programma over werk en inkomen. Dat programma krijg je gratis van de gemeente waar je woont. Je moet inburgeren.
Oké. Dan krijg je ook map van de gemeente. In elke gemeente is het programma anders, maar dat hoor je van de gemeente.
Je leert dan over werken, over solliciteren. Oké. Het belangrijkste onderwerp eigenlijk voor eh werken en inkomen, dat is natuurlijk dat jij zelf jouw eigen zelfstandige inkomen krijgt.
Nou, je krijgt je moet het verdienen. Kijk even op de volgende pagina bij tekst nummer twee. Die heet zelfstandig inkomen.
Jij en ik ook. Alle volwassenen moeten eigenlijk een zelfstandig inkomen hebben. Dan ben je onafhankelijk.
Dan ben je zelfstandig. Inkomen salaris. Daarvan kun je eten kopen en eh een huis of een auto of eh een fiets wat je nodig hebt.
Je kunt een baan hebben. Dat is werk voor iemand. Werkend voor iemand.
Of je kunt zelf een eigen bedrijf hebben, dan ben je ondernemer. Nou, maar in beide gevallen eh heb je een zelfstandig inkomen. En kijk altijd goed in de kolom voor de moeilijke woorden, van de bijzondere woorden.
Die moet je misschien nog opzoeken in een woordenboek of je moet eh op een andere plaats zoeken wat die woorden betekenen. Sommige woorden vertel ik aan jou, maar andere dingen moet je nog zelf uitzoeken. Bij tekst drie, ja, daar zie je hoe je werk moet zoeken.
Nou, je kunt eh snel beginnen met werk zoeken. Bijvoorbeeld via een uitzendbureau. Eh ja, dan kun je daar kort tijdelijk werk vinden.
Je kan ook werk zoeken in een advertentie in de krant of eh op veel andere plaatsen. Misschien via familie, vrienden, dat kan ook. Dingen die belangrijk zijn bij werken zoeken, dat is dat je leert hoe je een sollicitatiebrief schrijft, hoe je je CV maakt, je curriculum VT.
Dat zijn allemaal belangrijke dingen bij werkzoeken. Dus eerst moet je werk zoeken en dan op pagina 14 tekst 4, ja, dan zie je je bent blij want je gaat ook werk vinden. Het woord vacature is hier heel belangrijk.
Dus je zoekt een vacature. Je zoekt een tekst van een bedrijf. Dat bedrijf zoekt iemand om te werken.
Nou, dat ben jij. Ja. En dan eh kun je reageren.
Oké. Natuurlijk is het niet zo makkelijk als je nieuw bent in Nederland om snel werk te vinden. Maar er zijn ook mensen die jou kunnen helpen.
Dus je zoekt werk via internet, misschien via een uitzendbureau, maar ook via eh familievrienden. Dat kan ook. En je kan naar de UWV gaan.
Nou, UWV is een belangrijke organisatie als je werk zoekt, maar ook als je geen werk hebt en als je eh lang ziek bent bijvoorbeeld. Uwv. Ja, die letters die ga je heel vaak horen en lezen in deze les en dit thema.
Eh kijk even op pagina eh nummer 16 tekst 6. Daar lees je meer over vacatures. Nou, bij uitzendbureaus vind je ook vaatures voor tijdelijk werk.
In een vacature, dat is een tekst, daar vraagt een bedrijf om medewerkers. En je moet kijken of dat passend werk is voor jou. Past het precies bij jou?
Is het goed voor jou? Dat is tekst nummer zeven. Dus je moet kijken, kan ik genoeg verdienen?
Heb ik genoeg tijd? Eh heb ik de goede opleiding? Je moet veel dingen uitzoeken voor het werk.
Past het werk goed bij jou? Dan tekst nummer 8. Eisen.
Een bedrijf, een werkgever kan eisen stellen, kan dingen vragen van jou. bijvoorbeeld ja eh misschien solliciteer je op de functie van eh chauffeur, dan heb je wel een rijbewijs nodig. En eh wil je leraar Nederlands worden, dan heb je een diploma nodig voor eh leraren.
Ja. Dus het bedrijf of de school of plaats waar je gaat werken kan eisen stellen aan jouw kwaliteiten. Ze kunnen veel dingen vragen aan eh werknemers.
Eh heel belangrijk kan ook zijn verklaring omtrent het gedrag. Bijvoorbeeld als je gaat werken voor eh de overheid, voor de gemeente of voor een school, dan moet je een verklaring omtrent het gedrag vragen. Dat betekent je krijgt dan een document en in het document staat dat je in jouw leven geen foute dingen hebt gedaan.
Geen dat je geen crimineel bent bijvoorbeeld. Er zijn officiële documenten voor verklaring omtrent het gedroog. Eh ja, een eis die een bedrijf kan stellen is dat je misschien heel sterk bent.
Als je zwaar lichamelijk werk moet doen, moet je gezond zijn en sterk. Dus dat kan ook. Een bedrijf kan een eis stellen.
Oké. Je komt uit het buitenland, je woont in Nederland en je hebt natuurlijk diploma's uit jouw land. Nou, jouw diploma's kunnen in Nederland ook eh belangrijk zijn.
Dus je moet jouw diploma laten waarderen. Ben je inburgeringsplichtig, moet je inburgeren, ja, dan kun je ook rustig jouw eh diploma gratis laten waarderen. Nou, dan heb ik het al gehad over uitzendbureau, want bij een uitzendbureau kun je misschien in de eerste plaats werk zoeken.
Dat kan snel gaan. Eh het is tijdelijk. Ja.
En dan is er iets minder administratie voor jou denk ik, maar meer voor het uitzendbureau. En zij kunnen dan eh het werk voor jou regelen bij een ander bedrijf. Dus het uitzendingbureau staat tussen jou en jouw werkgever.
Uitzendingbureau betaalt jouw slaar. Ja, er zijn heel veel uitzieningbureaus in Nederland voor heel veel eh verschillende groepen werknemers. 15.
000 staat hier in het boek pagina 19. Nou, allemaal uit zijn bureaus. Eh voor een goede sollicitatie moet jij je goed voorleiden.
Je moet iets doen. Je moet een CV maken. Je schrijft op wie je bent.
wat je geleerd hebt en eh waar je al gewerkt bent. Kun je allemaal opschrijven in je CV. Eh dan komt natuurlijk ook nog het sollicitatiegesprek, sollicitatiebrief, allemaal woorden die hier voor een goede sollicitatie nodig zijn.
Je moet precies weten wat dat allemaal is. Eh in Oh ja, dat is ook heel belangrijk. Tekst nummer 13 staat eh als je nou bij een bedrijf gaat solliciteren, dan moet je eigenlijk weten wat dat bedrijf doet en waarom dat bedrijf dat doet.
Dus je moet onderzoek doen. Je moet een beetje informatie hebben over dat bedrijf. Wat doen ze?
Waarom doen ze dat? Bedrijf heeft eh vaak een website. Nou, dan kun je daar zoeken.
Ja. En dan ga je solliciteren. Je wordt uitgenodigd.
Je moet praten met jouw werkgever. Dan eh is het ook belangrijk dat je een positieve indruk maakt. Dus je moet misschien eh ja, je moet vol interesse zijn over het bedrijf.
Je wil daar werken. Dus je moet ook interesse tonen. Je moet laten zien dat je daar graag wilt werken.
Je kunt vragen stellen over dat bedrijf. Dingen die je nog niet hebt kunnen lezen op internet. Je kan gewoon alles vragen.
Dat is heel normaal in Nederland. Veel vragen. Oké.
Op bij de sollicitatie. Oké. Je hebt werk gevonden, maar je moet natuurlijk altijd eh proberen goed te zijn en nog beter te worden in jouw werk.
Dus je moet bijscholing zoeken. Jouw school is nooit klaar. Je blijft altijd leren.
Dus je kan cursussen doen, nieuwe talen leren, nieuwe rijbewijs voor vrachtwagens. Ik weet niet, er zijn zoveel verschillende diploma's, zoveel opleidingen. Het is altijd goed voor jou om extra te leren.
Eh pagina 23 zijn we dan. Nou ja, eerst 22 23. Ja, daar zie je daar lees je meer informatie over UWV.
Wanneer heb je te maken met UWV? Oké. Als je werk zoekt, kun je daar eh ook op hun website werk zoeken.
Misschien ben je werkloos, misschien heb je hele lange ziekte, dan krijg je te maken met UWV. Dat is bij tekst 17, tekst 18. En het UWV kan ook jou een uitkering geven.
Bijvoorbeeld als je geen werk hebt of als je eh langziek bent, dan krijg je een uitkering. Dat is geld van UEV. Eh dan lees ik op pagina 25: ja, er zijn de uitkeringen, maar uitkering van UWV of uitkering van de gemeente, daar vertel ik straks nog iets over.
Maar er zijn ook nog toeslagen. Dus als je nog geld tekort komt, te weinig geld hebt voor betalen van de zorg premie verzekering. Eh kinder, voor jouw kinderen is er een toeslag mogelijk.
Voor eh de huur is een toeslag mogelijk. Als je de huur niet goed kunt betalen, er zijn nog veel extra toeslagen, subsidies mogelijk in Nederland. Eh nou, als je je eerste baan krijgt, dan wordt het natuurlijk eh interessant.
Dan moet je eh misschien dan moet jouw werkgever nog dingen voor jou regelen. Eh vergunning, een werkvergunning heb je nodig. Verzekeringen, dat gaat ook via jouw werkgever.
Eh je moet jouw digid goed regelen. Zonder digid kun je niks in Nederland officieel. Eh ja, en je moet natuurlijk altijd nog jouw eh CV en sollicitatiebrief eh goed houden, want misschien moet je later weer een nieuwe baan vinden.
Dat kan ook hè. Als je tijdelijk werk, dan moet je je CV en sollicitatiebrief blijven gebruiken. Want ja, verlies jij jouw werk, dan krijg je wel een uitkering.
Maar je bent altijd verplicht om te solliciteren. Je moet weer een nieuw werk zoeken, een nieuwe baan zoeken. heb je helemaal geen geld meer.
Heb je heel lang een uitkering gehad van UBV en is het klaar met UBV uitkering? Heb je heel weinig geld, te weinig om de rekeningen te betalen, dan kun je een bijstandsuitkering krijgen. Dat is tekst 23.
Voor de bijstandsuitkering ga je naar de gemeente. De gemeente kan dan ook eh tegen jou zeggen: "Ja, bijstand. " Oké, maar ja, je moet wel eh solliciteren en eh je moet werk accepteren.
Oké. Tekst 24 gaat over de WW uitkering. Nou, de WW uitkering die krijg je dan van de UBV.
Tekst 25 gaat over de via uitkering. Dat is voor als je lange tijd ziek bent. Die krijg je ook van de UWV.
En voor alle uitkeringen geldt het rechte. Dus je mag het geld krijgen. Je kunt het geld krijgen.
Maar er zijn ook plichten. Je moet bijvoorbeeld solliciteren en je moet ook laten zien dat je solliciteert. Of je moet laten zien dat je probeert werk te vinden.
Sollicitatieplicht, inspanningsplicht. Ja, twee lange moeilijke woorden. Je ziet het ook bij dit thema inkomen, werk.
Er zijn veel moeilijke woorden. Deze moeilijke woorden, ja, die moet je dus in jouw grote schrift schrijven. Die moet je leren.
Je leest ze een paar keer in deze teksten en dan moet je weten wat het is. Eh werk moet je eigenlijk accepteren. Als er goed werk is voor jou moet je het accepteren.
Eh je kan niet altijd nee zeggen. Je mag niet altijd werkigeren. Tekst 29.
Soms wel als het te zwaar is. Niet iedereen kan grote dozen pakken van 20 kg. Dus dan kan je zeggen: "Nee, dat is niet goed voor mij.
" Of eh ja, dat verschilt natuurlijk van persoon tot persoon. En dan bijverdienen. Misschien heb je een uitkering.
Dan kun je een beetje geld verdienen waar ja, je moet die dingen over geld verdienen wel vertellen aan de eh UWV of aan de gemeente. Eh als je bijverdient, als je geld verdient, dan heeft dat eh connectie met jouw uitkering. Ja, zo werkt dat.
Wat je niet mag doen is zwart werk. Je mag niet eh werk accepteren bij iemand zonder contract met eh contantgeld en eh nee, dan heb je een probleem met de belastingdienst. Dat heet zwart werk.
Ga je werken bij een werkgever, tekst 32, ja, dan moet je afspraken maken. Er zijn altijd veel dingen te regelen in Nederland. Bij de cursus KNM in elke thema, in elke les krijg je dingen te horen over dingen die je moet regelen.
Altijd maar regelen. Arbeidsovereenkomst is een contract tussen jou en jouw werkgever. En daarin staat hoeveel uur je moet werken, wat jouw salaris is.
Eh is het tijdelijk werk of is het werk voor altijd onbepaalde tijd? Dat staat allemaal in het arbeidscontract, in de arbeidsovereenkomst. Eh ja, dan je moet natuurlijk eerst even eh met jouw baas dingen afspreken en dan komt dat in het contract.
Ben je niet blij met je contract, ben je niet blij met je salaris of met je vakantie, tekst 34, ja, dan moet je met jouw baas eh praten over dat salaris of over de vakantie. Dan moet je onderhandelen. Ja, dan eh misschien wil je meer verdienen.
Dat kan. Het gaat niet vanzelf. Tekst 35.
Daar zie je een heel moeilijk woord. Collectieve arbeidsovereenkomst. C AO.
Kijk, jij maakt een contract met jouw eh baas, met jouw werkgever. Dat is one to one. Één voor é hè.
Dat is misschien met eh een klein bedrijf. Maar dan ga je werken bij een groot bedrijf of bij een bedrijf dat eh werkt met veel andere bedrijven, dan eh heb je ehm te maken met een collectieve arbeidsovereenkomst. Misschien werk je in de sector van het ziekenhuis of eh onderwijs of in de sector horeca.
Dat zijn grote organisaties of soorten van werk. Die maken allemaal een overeenkomst volgens hetzelfde model. En dat zijn dan afspraken tussen de werkgever en de werknemer.
Maar dat is niet met zoals met een heel klein bedrijf, maar het zijn grote bedrijven. Meest grote bedrijven. Eh nou, dan heb je jouw werk en na een jaar krijg je tekst 36, tekst 37.
Dan krijg je een functioneringsgesprek en een beoordelingsgesprek. Nou, functioneringsgesprek is eigenlijk heel relaxed. Dan eh praat je hoe gaat het op je werk, gaat het goed?
Hoe gaat het met je collega's? Ben je blij op je werk? Nou, heel relaxed, niks aan de hand.
Maar bij een beoordelingsgesprek dan is de situatie wat minder relaxed. Het kan zijn dat jouw baas, jouw chef niet blij is met dingen die gebeuren op jouw werk. Dan eh krijg je een negatieve beoordeling.
Dan krijg je misschien moet je dit doen of moet je dat doen. Moet je nieuwe cursus doen of moet je misschien kom je altijd te laat. Ja, is jouw baas boos.
Het is niet goed. Kan ook een positieve beoordeling zijn natuurlijk. Dan krijg je natuurlijk ja, meer salaris of je krijgt een nieuwe functie.
Dat kan ook. Maar beoordelingsgesprek is minder relaxed dan een functioneringsgesprek. Oké.
Nou, 38 en 39. Dat gaat allemaal over deze beoordelingen. Dan ga ik even verder met jullie en kijk je even op pagina 36.
Tekst 40 41 42 43. Dat gaan zijn korte teksten over soorten contract. Je kan een vast contract krijgen.
Dan kun je blijven werken bij jouw baas. Misschien krijg je een tijdelijk contract voor 1 jaar. Dan eh stopt het werk na 1 jaar.
Dan moet je daarna verder zien. Misschien kun je toch blijven en dan krijg je een nieuw contract. Eh je kunt ook eh een contract krijgen met een uitzendbureau.
Dat is altijd kort. Misschien werk je bij een uitzendbureau eerst 2 maanden bij één bedrijf en dan tw maanden bij een ander bedrijf. Dat kan via een uitzend bureau.
Je kunt ook werken fulltime of parttime. Kijk maar op eh pagina 37 bij de foto. Veel mensen in Nederland werken parttime.
Dus misschien twee dagen of drie dagen per week. Dan tekst 44 gaat over de ondernemingsraad. In alle bedrijven die meer dan 50 werknemers hebben moet een ondernemingsraad zijn.
En in de ondernemingsraad daar praat je over veiligheid op het werk, over werktijden, over vakanties. Ja, daar kun je dan praten de werkgever praat de werkgever met de werknemers. Niet met all, maar met een delegatie.
Er is ook een personeelsvereniging soms bij grote bedrijven. Dan maak je misschien een excursie. Je gaat naar een museum of je gaat eh op reis naar eh de Efteling of eh Amsterdam met alle mensen van het bedrijf.
Dat organiseert de personeelsvereniging. Eh je kunt ook lid worden van de vakbond. Dan eh kun je misschien samen met heel veel mensen in heel Nederland eh jouw arbeidssituatie verbeteren.
Dat is het doel van de vakbond. Dat is eh voor grote groepen werknemers. de organisatie voor grote groepen werknemers.
Eh ja, bij alle mensen die werken voor het voor de spoorwegen of alle mensen die werken voor grote bedrijven in de haven of eh daar heb je nog veel mensen die zijn lid van de vakbond en dan eh organiseert de vakbond acties soms een staking bij de meest de zeggenschapsraad nummer 47. Tekst 47 gaat over dat lijkt op de ondernemingsraad, maar de mederezeggenschapsraad is iets in het onderwijs. Bij scholen heb je de meer zeggenschapsraad.
Daarin z eh zitten docenten, andere mensen die op de school werken, maar ook ouders en eh kinderen. Zij praten over dingen die op school eh moeten gebeuren of niet moeten gebeuren. bijvoorbeeld eh mobiele telefoons is altijd een eh interessant onderwerp of over eh wanneer kun iedereen kan iedereen wel of niet naar de wc en eh dat soort praktische dingen.
Oké. Nou, dan komen we bij het eh belangrijkste van het werk, namelijk het inkomen. Je werkt, want je hebt geld nodig.
Je moet eten kopen en je moet een huis betalen en je moet de auto betalen. Je moet verzekering betalen. Dus je krijgt salaris voor je werk in.
Er is brutosalis, er is nettosaris. Brutosaris is meer. Nettosaris is een beetje minder.
Want eh ja, van jouw brutosalaris moet je belastingen betalen en dan verandert jouw brutalis in nettosaris. Nettosalaris krijg jij op jouw bankrekening. Elke maand krijg je jouw salaris.
Dat is nettoos salaris. Maar in het contract staat altijd brutalis. Dus dan denk je: "Oh, ik verdien veel.
" Maar ja, de belastingen moet belasting betalen. Iedereen. Oké.
Nou, dat waren teksten 48 en 49 over de belastingen eh en het bruto en nettoosaris. Dan kom ik bij tekst 51. En tekst 51.
Ja, het eh gaat natuurlijk altijd goed op jouw werk. Je hebt goed contact met je collega's en met jouw chef. En soms gaat het niet goed.
Dan is er ongewenst gedrag. kan zijn dat discriminatie is. Het kan zijn dat collega's iemand pesten op het werk.
Of wat je hier op de foto ziet bijvoorbeeld iemand komt een beetje teveel dichtbij in eh dichtbij eh een andere persoon. Ja, dan moet je zelf eh iets doen of als je ziet dat dat gebeurt met een collega, kun je zelf voor die collega iets doen. Je moet dat eh altijd eh melden.
Pagina 42, tekst 52. Wat kun je doen als je ongewenst gedrag ziet? Ja, je kan naar de vakbond in sommige situaties of je kunt naar het college voor de rechter van de mens.
Daar kun je ook een melding doen. En je kan misschien ook gewoon naar jouw leidinggevende, naar de chef op jouw werk of naar de grote baas. En dan kan je zeggen: "Hey, er is iets niet goed op het werk.
" En er zijn ook bij sommige bedrijven speciale personen voor dit soort eh situaties, de vertrouwenspersonen. Oké. Tot hier ging het hele de hele les, het thema ging over eh werken bij een baas.
Dus dan ben je werknemer. Maar ja, je kan ook jouw eigen bedrijf beginnen. Dan werk je niet voor iemand anders.
Dan werk je voor jezelf. Dat doe ik nu ook. Vroeger was ik ook eh werknemer op een school, maar nu heb ik mijn eigen bedrijf, mijn eigen school.
Eh een eigen bedrijf betekent heel veel administratie. Dat kan ik je wel vertellen. En de belangrijkste eerste actie die je moet doen, dat is dat je voor de registratie van jouw eigen bedrijf naar de KVK gaat.
De kamer voor koophandel. Daar moet je jouw eh bedrijf registreren. Eh misschien heb je eerst een uitkering en krijg je daarna denk je van nee, ik wil niet meer een uitkering.
Ik wil beginnen met mijn eigen bedrijf. Dan eh lees je hier ook op pagina 43 44 wat je precies moet doen. Eh er zijn ook mogelijkheden voor een starts subsidie.
Eh dat heet BBZ. Dus dan heb je eerst nog een uitkering, maar je krijgt toch steun van voor maken voor het starten van jouw eigen bedrijf. Dan moet je bijvoorbeeld misschien toch eerst contact zoeken met iemand bij de gemeente.
Ja, je moet ergens beginnen dan. Oké. Nou, dan eh kom ik nog bij eh paar bijzondere dingen ook voor ondernemers.
Eh verzekeringen. Ben je werknemer dan eh moet jouw werkgever de verzekeringen regelen. De meeste verzekeringen voor jou voor ziekte of werkloosheid.
Maar ben je ondernemer, dan moet je het zelf regelen. En ook je eigen pensioen moet je zelf regelen. Ze moet je geld sparen.
Je moet geld sparen voor als je ziek bent of voor als je met pensioen gaat. Eh er is nu in 2025 nog niet een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. AOV, dat is eh pagina 44.
Maar dat komt wel binnenkort. Dus misschien 26 27. Dan komt er een AOV voor alle ondernemers.
Er is ook een broodfonds. Dat is een alternatief voor de AOV. ook een verzekering.
Eh ja, en pensioen als eh Appel stopt met zijn eigen bedrijf, dan moet hij leven van zijn spaargeld. Werk je bij een baas, dan spaar je misschien automatisch met hulp van jouw baas voor jouw pensioen. En gebeurt dat niet, dan moet je zelf sparen voor je pensioen.
Oké. Nou, dit was les 1 over thema 1. Thema 1 van het eh boek KNM.
Het studieboek KNM. We hebben ongeveer 30 minuten 35 minuten gesproken. Ik heb een paar dingen verteld over thema 1.
Nu moet jij nog zelf misschien 5 uur rustig lezen en schrijven met jouw pen in jouw schrift. Eh ja, heb je vragen over de inburgering? Dan kun je contact met ons zoeken, contact met ons opnemen.
Nou, veel plezier met de studietijd die je nog hebt voor dit hoofdstuk en eh je kunt ons altijd vinden viappel. nl. Tot de volgende les.