KNM examen moeilijk bereid je voor met mijn video's. In deze video krijg je 20 nieuwe woorden die belangrijk zijn voor het KNM examen. [muziek] Hallo allemaal en welkom bij een nieuwe video over Nederland en de Nederlandse taal.
Deze video gaat over het thema onderwijs. Je krijgt van mij 20 woorden die je moet invullen in 20 zinnen. Na deze video volgt nog een tweede video met 20 andere woorden uit het thema onderwijs.
Uit de zinnen blijkt de betekenis van de woorden. Mocht je dit nog niet duidelijk genoeg vinden, kijk dan ook naar mijn uitlegvideo het themaonderwijs en test je kennis daarna met de vragenvideo uit het themaonderwijs. Je vindt ook allerlei andere video's over KNM thema's in de playlist KNM op mijn kanaal.
Kijk daarvoor als je ook andere thema's wilt oefenen. Maar we beginnen nu eerst met de 20 woorden. En de 20 woorden die je moet invullen in de zinnen zijn toelatingseis, buitenschoolse opvang, diploma ouderbetrokkenheid, kinderdagverblijf leerplicht.
De openbare school, voorschoolse educatie, voortgezet onderwijs, carnaval, vrijheid van onderwijs, de ontwikkeling, oudergesprek, beroep, schoolreisje, seksuele diversiteit, kwalificatieplicht, studiedag, speciaal onderwijs. is. En de laatste verantwoordelijk.
Je moet deze 20 woorden invullen in 20 zinnen. Uit de zinnen blijkt de betekenis. Maar nogmaals, wil je meer weten over de betekenis?
Kijk dan naar mijn uitlegvideo onderwijs. De zinnen zijn: 1 mijn broer is electriciënt van. TW Na school gaat mijn dochter naar de tot 5 uur.
Dre. De baby van Sarah gaat elke dag naar het omdat zij moet werken. Sarah moet werken, niet de baby.
Vier. In Nederland moeten kinderen naar school. Dat heet vif.
Op de mag iedereen komen met elk geloof of achtergrond. Z op school leren kinderen over en respect voor iedereen. Ongeacht geaardheid.
Zeven. Mijn neefje krijgt les op een school voor omdat hij extra hulp nodig heeft. Acht.
Peuters leren spelen en praten bij de negen. Na de basisschool gaat mijn zoon naar het 10. Ouders mogen zelf kiezen naar welke school hun kind gaat.
Dat is 11. De school vindt belangrijk. Ouders helpen bij activiteiten.
12. De juf praat met de ouders over de van hun kind. Wat heeft het geleerd?
Waar heeft het nog moeilijkheden? 13. De volgende week hebben we een met de leraar van mijn dochter.
14. De klas gaat morgen op naar het dierenpark. 15.
Als je klaar bent met school krijg je een 16. Jongeren moeten een diploma halen of naar school gaan tot ze 18 jaar zijn. Dat heet 17.
Voor deze opleiding is een havodipoma een 18. Ouders zijn voor de opvoeding van hun kinderen. 19.
Tijdens dragen veel mensen kostuums en dansen op straat. En de laatste, de school is dicht op de Wandler leraren volgen dan een training. Pauzeer de video even en kijk of jij de juiste woorden in de juiste zinnen kan plaatsen.
We gaan kijken naar de antwoorden. 1. Mijn broer is elektriciën van beroep, hè.
Een beroep is iets waar je in werkt. Twee. Na school gaat mijn dochter naar de buitenschoolse opvang tot 5 uur.
Dat is opvang voor buitenschooltijden. Dre. De baby van Sarah gaat elke dag naar het kinderdagverblijf.
Daar gaat je kind naartoe als het nog niet naar school gaat, maar als je wel opvang nodig hebt. Vier. In Nederland moeten kinderen naar school.
Dat heet Leerplicht. En leerplicht begint vanaf 5 jaar. 5.
Op de openbare school mag iedereen komen met elk geloof of achtergrond. Dan is er geen speciale religie op die school. Zes.
Op school leren kinderen over seksuele diversiteit, respect voor iedereen, ongeacht geaardheid. Mijn neefje krijgt les op school voor speciaal onderwijs. Hij heeft extra hulp nodig.
Hij heeft misschien een handicap. Acht. peuters leren spelen en praten bij de voorschoolse educatie VE negen.
Na de basisschool gaat mijn zoon naar het voortgezet onderwijs, ook wel het middelbaar onderwijs. Daarin ga je naar de basisschool. 10.
Ouders mogen zelf kiezen naar welke school hun kind gaat. Dat is vrijheid van onderwijs. 11.
De school vindt ouderbetrokkenheid belangrijk. Ouders helpen bij activiteiten en ze informeren bij de leraren en bij de juf en meesters hoe het met hun kind gaat. 12.
De juf praat met de ouders over de ontwikkeling van hun kind. Wat heeft het kind geleerd? Waar heeft het kind nog moeilijkheden mee?
13. Volgende week hebben we een oudergesprek met de leraar van mijn dochter. Gesprek tussen ouder en leraar.
14. De klas gaat morgen op schoolreisje naar het dierenpark. Een reisje met de klas.
15. Als je klaar bent op school krijg je een diploma als je het goed hebt gedaan. 16.
Jongeren moeten een diploma halen of naar school gaan tot ze 18 zijn. Dat heet kwalificatieplicht. 17.
Voor deze opleiding is een havoiploma een toelatingseis. Dat moet je hebben om op deze opleiding te komen. 18.
Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen, hè. Zij eh dragen de verantwoordelijkheid. Het is hun taak.
Zij kunnen daarop aangesproken worden. 19. Tijdens carnaval dragen veel mensen kostuums en dansen op straat.
En ten laatste, de school is dicht op de studiedag, want leraren volgen dan een training. Dit waren de eerste 20 woorden in het thema onderwijs. Als je deze woorden allemaal begrijpt, dan ben je al heel goed op weg in je KNM examen.
Kijk ook naar de volgende video met 20 andere woorden. En ik zie jullie graag in een volgende video. Tot dan.