Wil jij oefenen voor je KNM examen en met name voor het thema werk? Kijk dan naar deze video, want ik vertel je hierin alles over [Muziek] werk. Hallo allemaal en welkom bij een nieuwe video over Nederland en de Nederlandse taal.
Als jij binnenkort KNM examen doet, wil je misschien meer weten over bepaalde thema's. En in deze video vertel ik je alles over werk in Nederland. Wil je daarna nog graag oefenen?
Kijk dan naar mijn video met 40 vragen over werk. Ook over alle andere thema's waarover je moet leren voor KNM maakte ik video's, vragenvideo's en uitlegvideo's. Kijk naar de playlist KNM op mijn YouTube kanaal.
Het thema werk ga ik indelen in vier punten. Punt één is hoe krijg je werk en alles wat daarmee te maken heeft. Punt twee is het werken zelf, de regels en de woorden die erbij horen.
Dre is een eigen bedrijf. Wat komt daarbij kijken? En vier is wat moet je weten als je niet kan werken?
We beginnen bij punt é. Hoe krijg je werk? Je kunt kijken op internet.
Op internet staan heel veel vacatures. En een vacature. Dat is een baan waar iemand voor wordt gezocht.
Personeel. Dat is een vacature. Je kunt bijvoorbeeld op internet kijken op wwwationale vacaturenbank, maar er zijn nog veel meer sites waarop vacatures staan.
Dan kun je naar een uitzendbureau. Dat kan ook. En een uitzendbureau is de schakel tussen bedrijf en mogelijke werknemers.
Dus het bedrijf zoekt iemand, jij zoekt een baan. Jullie gaan allebei naar het uitzendbureau. En het uitzendbureau koppelt jullie aan elkaar.
Welk welke persoon past bij welke baan en welk bedrijf? Dit zijn vaak tijdelijke vacatures. Dus voor korte tijd, 3 maanden, 6 maanden, misschien wel soms een paar dagen.
Dan kun je denken aan dat bijvoorbeeld een bedrijf zieke mensen heeft en daarvoor personeel nodig heeft tot die zieke mensen weer beter zijn. Je kunt ook gebruik maken van je netwerk. En wat is een netwerk?
In je netwerk zitten alle mensen die jij kent. Collega's die je hebt gehad, vrienden die je hebt, mensen op de sportclub, mensen op de school waar je gaat. Echt iedereen die je kent.
Er moet maar net iemand zijn die weet dat er iemand gezocht wordt voor een baan. En als jij hebt gezegd: "Ik zoek een baan dan denkt die vriend of die collega aan jou misschien. En zo kunnen jullie aan elkaar gekoppeld worden.
Dus vertel iedereen die je kent dat jij een baan zoekt. " Nou, we hebben gehad uitzendbureau, internet en je netwerk. Soms hangen er vacatures in de etalage van een winkel.
Dan kun je natuurlijk ook naar binnen. Je kunt ook open sollicitaties schrijven. En een open sollicitatie is een brief, maar er is geen vacature.
Dus jij vindt een bedrijf heel erg interessant en je schrijft dat jij werk zoekt en welke ervaring je hebt en welke diploma's. En het bedrijf kan misschien jouw brief bewaren, hè. Dus niet weggooien, maar bewaren tot er een vacature komt.
En dan denken ze: "Oh, we hebben nog een brief. Misschien past die wel bij deze baan. " Dat zijn open sollicitaties.
Nou, dan zie je een leuke vacature en dan schrijf je een brief. Je schrijft een sollicitatiebrief. En in de sollicitatiebrief schrijf je naar welke functie je solliciteert.
En waarom? Waarom wil je deze functie bij dit bedrijf? Wat kan jij betekenen voor het bedrijf?
Je schrijft ook over je diploma's en je ervaring, maar niet in je brief. Dat doe je in je CV, je curriculum vite. Dat is een hele lijst met alle dingen die jij tot nu toe hebt gedaan en welke diploma's je hebt gehaald en wanneer.
Je kan er echt alles in schrijven, ook je vrijwilligerswerk. Soms als kun je ook je hobby opschrijven als ze relevant zijn voor het werk. Je kunt opschrijven welke talen je spreekt.
Dus dat kun je in je CV schrijven. Als je een diploma hebt gehaald in het buitenland, dus niet in Nederland, kun je je diploma laten waarderen. Dat betekent dat je je diploma opstuurt en dat er mensen naar kijken of het diploma evenveel waard is als een Nederlands diploma.
Dus als jij elektriciënt bent, wordt er gekeken of de opleiding en het diploma wat jij hebt gehaald in je eigen land of dat op dezelfde hoogte staat als een Nederlandse opleiding. Dat kun je doen bij IDW, internationale diplomaardering. Dus dat kun je doen als je buitenlandse diploma's hebt.
Heb je nou niet zoveel diploma's, maar je hebt wel gewerkt, dan kun je vragen om een ervaringscertificaat. En ik had het over vrijwilligerswerk en dat is werken zonder salaris. Waarom zou je dat doen?
Ja, dat kun je doen om ehm ervaring op te doen in het werk wat je leuk vindt. Dan kun je kijken of het werk bij jou past. Misschien volgt er wel een baan uit.
Je kunt Nederlands leren met vrijwilligerswerk als je Nederlands nog niet zo goed is. En je kunt mensen leren kennen en met mensen omgaan. Nou, je hebt een brief geschreven en een CV en je komt op gesprek.
een sollicitatiegesprek. En dat is al wel heel spannend. Vooral in een vreemde taal.
In een sollicitatiegesprek wordt vaak gevraagd waarom jij bij deze functie past. En kom dan niet met ja, het is dichtbij, maar vertel ook echt waarom jij als persoon zo goed bij dat bedrijf past. Wat kan jij betekenen voor het bedrijf?
Waarom moeten ze jou aannemen? En aannemen is dat je de baan krijgt. Iemand neemt jou aan.
Iemand geeft jou een baan. Het tegenovergestelde van aannemen is ontslaan. En als je wordt ontslagen dan ga je dan verlies je de baan.
Dan moet je weg. Dan heb je iets gedaan wat niet goed is of je hebt niet goed gewerkt. Nou, je hebt de baan gekregen.
Je bent aangenomen. Dan ga je werken. Voordat je gaat werken krijg je een arbeidscontract.
En in een arbeidscontract staan de dingen die jij moet doen en die de baas moet doen. Bijvoorbeeld hoeveel ga je werken? Welk werk ga je doen?
Wanneer ga je werken? Hoeveel wat salaris krijg je? Hoeveel vrije dagen?
Al die dingen staan in je arbeidscontract. Je hebt verschillende arbeidscontracten. Je hebt er één voor onbepaalde tijd.
Onbepaalde tijd betekent dat er geen einddatum aan zit. Je wordt dus aangesteld, aangenomen voor heel lang, voor altijd. Daar tegenover staat een contract voor bepaalde tijd en dan heb je maar bijvoorbeeld 6 maanden of 3 maanden.
Dus dat is bepaald hoelang jij daar kan werken. Je krijgt ook vaak eerst een proeftijd. En een proeftijd, dat is een tijd van é of twee maanden waarin de baas en jij kan bekijken of het bij je past.
In die tijd mag je ontslagen worden, hè. Dan mag de baas tegen jou zeggen: "Nee, sorry, jij bent niet goed voor deze baan. " Of jij mag ook zeggen: "Sorry, maar dit bedrijf is niet goed voor mij.
Ik ga weg. Dus in die proeftijd mag dat. Na de proeftijd telt je arbeidscontract.
Als de proeftijd voorbij is, is er vaak sprake van een opzegtermijn. Dat betekent dat je niet zomaar weg kan gaan als je dat zou willen, hè. Dan moet je een maand of twee maanden wachten, zodat de werkgever een ander iemand kan vinden.
De werkgever moet zich ook houden aan de opzegtermijn. Dus hij kan jou niet meer van de ene op de andere dag ontslaan. Behalve als je echt iets heel ernstigs hebt gedaan, hè.
Als je diefstal hebt gepleegd, dan mag de werkgever jouw opstaande voet ontslaan. En als de werkgever eh jou bedreigt, mag jij ook opstaande voet ontslag nemen. Dus bij ernstige zaken telt de opzegter termijn niet.
Je hebt ook nog het verschil tussen fulltime contracten en parttime contracten. Een fulltime contract dat is voor volledige tijd 38 6 36 of 38 of 40 uur full time. En parttime dat is minder dan die 36 of 40 uur.
Dan werk je parttime. Je krijgt ook een loonstrook elke maand. Meestal krijg je dat via de via de mail.
En op je loonstrook staan twee bedragen. Er staan er wel meer, maar er staat in ieder geval brutalaris en nettosalaris. Het nettosalaris is wat jij op je bankrekening krijgt.
Netto. Een brutosalaris ligt hoger dan het nettosaris. Van het brutosolaris worden nog belastingen en premies afgetrokken.
Die gaan er nog af af. En wat je dan overhoudt krijg je en dat is het nettaris. Nou, in een contract staan heel veel afspraken, maar je hebt ook te maken met een cao en een cao is een collectieve arbeidsovereenkomst.
Collectief betekent allemaal samen. En als je bijvoorbeeld in de bouw werkt, zijn er nog heel veel andere bedrijven die ook in de bouw werken. En al die bedrijven die in de bouw werken hebben bepaalde dingen samen.
Dus die hebben samen afspraken gemaakt voor die tellen voor al die bedrijven en die staan in de cao en dat zijn afspraken overwerk bijvoorbeeld ook of over salaris of over vakantiegeld, vakantiedagen. Die tellen dan voor elk bedrijf in de bouw of welke sector je ook werkt. En het verschil tussen een cao en een arbeidsovereenkomst is dat in de cao dus afspraken staan die voor heel veel werknemers tellen voor de hele sector.
En in je arbeidsovereenkomst daar staan dingen die alleen tellen voor jou. Dat kan dus een beetje anders zijn als in de cao maar het mag niet botsen met de cao niet in strijd zijn met wat er in de cao staat. Er zijn nog meer dingen die met werken te maken hebben.
Bijvoorbeeld een personeelsvereniging. Veel bedrijven hebben een personeelsvereniging. Vooral als ze wat groter zijn.
En de personeelsvereniging die organiseert leuke dingen voor het personeel. uitjes of lezingen. En als je daar lid van bent, kun je op die manier je collega's goed leren kennen.
Als je bedrijf groter is dan 50 personen, dan is er ook een ondernemingsraad, een OR. En in de OR zitten mensen die werknemer zijn. Er zitten een paar mensen in en die vertegenwoordigen het personeel.
Dus die zeggen wat goed is voor het personeel. En tegen wie? Ja, tegen de leiding, want zij gaan in overleg met de basen, met de leiding en vooral bij belangrijke beslissingen.
Dus als er een verandering komt in in roosters of in vakanties of dan moet het moet de baas overleggen met de ondernemingsraad. En de ondernemingsraad die zegt dan wat het personeel belangrijk vindt. Je hebt ook een vakbond.
Nou, een vakbond eh die hartigt de belangen van werknemers in een bepaalde sector. Dus eh verschillende sectoren hebben hun eigen vakbond. Daar kun je lid van zijn.
Dan betaal je een contributie en eh dan krijg je steun als je vragen hebt of als je advies wil over je loopbaan of als je werkeloos geworden bent, dan helpen ze je ook. En ze stellen eh de cao op, hè. Dus de cao die bij die vakpond hoort, die eh stellen ze op en ze eh komen dus op voor de belangen van de werknemer.
Dan nummer drie, een eigen bedrijf. Want dat kan natuurlijk ook dat je niet ergens werkt, maar dat je eigen baas bent. Soms heb je als je een eigen bedrijf hebt een vergunning nodig.
Dan moet je bij de gemeente vragen. Je moet eerst kijken of je een vergunning nodig hebt. Wat je wel moet doen als je een eigen bedrijf hebt is naar de kamer van koophandel KVK.
Daar moet je je bedrijf inschrijven. Daar kun je ook gegevens van alle bedrijven in Nederland terugvinden. Als je ingestreven staat bij de Kamer van Koophandel, dan krijg je een BTW ide.
Dat is een uniek nummer van de belastingdienst dat je moet vermelden als je contact hebt met klanten en leveranciers. En bij de belastingdienst natuurlijk. Heb je een eigen bedrijf en dan kan het zijn dat je geld nodig hebt om dat eigen bedrijf op te starten.
Machines, een lokaal of of een eh panduren of personeel. Als je geld wilt lenen daarvoor moet je een ondernemingsplan schrijven. Want je leent geld van de bank, maar de bank wil zeker weten dat jij dat terugbetaalt.
En dat kunnen ze zien in een ondernemingsplan. Want daarin schrijf jij hoe je je geld gaat verdienen, op wat voor manier, op wat voor termijn, hè, hoe snel dat gaat en eh met hoeveel personeel en wat je daarvoor nodig hebt en wat je ervoor gaat doen voor reclame. En als de bank zegt dat is een goed plan.
Dan zullen ze je geld lenen voor je bedrijf. Dan denken ze dat jij dat geld kan terugbetalen. Je kunt ook eigen geld gebruiken voor je bedrijf en dan investeer je in je bedrijf.
Dus je investeert je eigen geld in je bedrijf. Je denkt: "Mijn bedrijf gaat zo goed. Ik kan dat later weer eh winst maken.
Later wordt dat winst. " Wat doe je nou als je niet kan werken? Bijvoorbeeld als je je baan verloren hebt.
Je bent ontslagen omdat de baas geen mensen meer nodig heeft. Dan kun je een werkeloosheidsuitkering aanvragen. Een WW uitkering.
Het hangt er een beetje vanaf hoeveel tijd je hebt gewerkt, hoelang je die uitkering kunt krijgen. Je kan ook ziek zijn. En als je ziek bent kun je de ziektewet uitkering aanvragen.
Je krijgt dan 70% van je inkomen. Als je lange tijd ziek bent, 2 jaar en je kunt dan niet meer aan het werk, dan kun je een via uitkering aanvragen. En dat is een uitkering die je krijgt als je arbeidsongeschikt bent.
Ongeschikt. On is niet. Dus je kunt niet meer werken.
Als je 67 jaar en 3 maanden bent, krijg je een AOW uitkering. En als je gewerkt hebt en een AOW uitkering, dat is dan een pensioen. Daar krijg je pensioengeld omdat je niet meer hoeft te werken.
Na 67 jaar en 3 maanden is het nu. De AOW is een basis pensioenvoorziening voor mensen die die AOW leeftijd hebben bereikt. En als je in Nederland woont of werkt, bouw je automatisch AOW op.
De hoogte van de AOW hangt onder andere af van hoeveel je gewerkt hebt eh in Nederland en je leeftijd en je woonsituatie. Deze uitkeringen krijg je via het UWV. En het UWV controleert ook of jij recht hebt op die uitkeringen.
Er zijn soms verplichtingen aan verbonden. Bijvoorbeeld bij de werkeloosheidswet moet je kunnen laten zien dat jij solliciteert. Soms moet je ook vrijwilligerswerk doen om te laten zien dat je graag werk wilt.
Dat moet je goed controleren. Er is ook een uitkering als je niet genoeg geld hebt om van te leven. En dat is de bijstandsuitkering.
De bijstandsuitkering vraag je aan bij de gemeente. Dit waren heel veel woorden wat betreft het themawerk. Ik hoop dat je nu beter voorbereid bent voor je examen.
Oefen nog een keer met de video met 40 vragen hierover. Ik wens je heel veel succes bij een examen en ik zie jullie graag de volgende keer. Tot dan.