Vanaf 1 juli 2025 zijn er nieuwe examens KNM. Wil jij je daarop voorbereiden? Kijk dan uit deze video.
[Muziek] Hallo allemaal en welkom bij een nieuwe video over Nederland en de Nederlandse taal. Vanaf 1 juli 2025 is er een nieuw examen voor KNM. Wat is nou het verschil met het nieuwe examen en het oude examen?
Het verschil is niet zo heel groot. In de oude examens werd af en toe naar je mening gevraagd wat je ergens van vond. Dat gebeurt in het nieuwe examen niet meer.
Vanaf 1 juli 2025 wordt er alleen naar feiten gevraagd, naar kennis, naar wat je moet weten over Nederland en niet wat vind je ergens van? Dus geen meningsvragen. Voor het nieuwe examen kun je nog steeds al mijn video's op mijn YouTube kanaal gebruiken om te oefenen.
Zowel de vragenvideo's als de video's waarin de woorden verklaard worden. In de nieuwe examens worden de vragen gegroepeerd. Er is één thema, bijvoorbeeld gezondheid.
En daar komen alle vragen samen. En daarna gaan ze over naar een ander thema. En daar komen ook alle vragen samen van dat thema.
In deze video doe ik een proefexamen, een voorbeeldexamen. Je vindt dit examen ook op de site van Duo. Het zijn 40 vragen die ik doorneem en beantwoord.
En ik geef er ook een beetje extra uitleg bij. Als je de video stopt na elke vraag en eerst zelf bedenkt welk antwoord jij zou geven, kun je daarna kijken aan het einde of je eh geslaagd zou zijn voor het examen of je al voldoende weet. Weet je niet voldoende, kijk dan terug naar de video's over de thema's die ik maakte.
Als je 26 of meer vragen goed hebt, dan zou je geslaagd zijn voor het KNM examen. We gaan beginnen. De eerste vragen zie je gaan over het thema geschiedenis en geografie.
Dus daar gaan we eerst naar kijken. Vraag é. Waarom zijn de deltawerken gebouwd?
om meer vis te kunnen vangen. Om Nederland te beschermen tegen de zee, om nieuwe steden te kunnen bouwen. De delta werken zijn gebouwd na 1953.
In 1953 was de watersnotramp tijdens de watersnotramp overspoeldde dus kwam er heel veel water over het land van Zeeland, Zuid-Holland en delen van Noord-Brabant. Dat was een ramp, een katastrofe. Veel mensen gingen dood en veel dieren ook.
Om Nederland en vooral die delen van Nederland tegen water te beschermen werden de deltawerken gebouwd. Dammen en dijken en sluizen. Dus dat was in 1953 zijn ze daarmee begonnen.
Dus het antwoord is B. Om Nederland te beschermen tegen de zee. Nederland is lid van de VN, Verenigde Naties.
Wat is het doel van de VN? Bescherming van de natuur. Beter onderwijs.
Vrede en veiligheid. De Verenigde Naties werden opgericht in 1945. 1945 is het einde van de Tweede Wereldoorlog.
om geen oorlog meer eh te krijgen. Om dat te voorkomen werden de Verenigde Naties opgericht. Dat is dus voor vrede en veiligheid.
Antwoord C. Waar ligt Amsterdam, de hoofdstad van Nederland? in de provincie Noord-Holland, in de provincie Utrecht, in de provincie Zuid-Holland.
Als je weet waar Amsterdam ongeveer ligt in Nederland, hier, dan kun je hier op dit plaatje zien dat het in de provincie Noord-Holland is. Antwoord A. Wat is het Wilhelmes?
De Nederlandse grondwet, het Nederlandse voetbalteam, het Nederlandse volkslied. Ongeveer in 1570 is het Wilhelm geschreven aan het begin van de 80-jarige oorlog, de oorlog met Spanje. Ehm het is een lied, dus het Nederlandse volkslied.
Sinds 1932 is het het Nederlandse volkslied. De tekst verwijst naar Willem van Oranje. En Willem van Oranje stond aan de basis van wat nu Nederland is.
Dus antwoord C is goed. Het volkslied wordt wel gespeeld tijdens voetbalwedstrijden, belangrijke voetbalwedstrijden, maar het is geen voetbalteam. Wanneer was de Holocaust?
Tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de Koude Oorlog. Tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden bijna 6 miljoen joden vermoord. Ehm dat noemen we de Holocaust. Dus de Holocaust was tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De volgende vragen gaan over het thema wonen. Wouter heeft een leeg blikje met statiegeld. Waar kan hij dit blikje inleveren?
Bij de apotheek. bij de gemeente, bij een supermarkt. Legge blikjes kun je bij een supermarkt inleveren.
Daar is zo'n automaat waar je je blikje in doet en dan krijg je een bon met het statiegeld erop hoeveel geld je terugkrijgt voor je lege blikjes. Dus antwoord C is het juist. Job en Kelly willen een huis kopen.
Wie kan ze daarbij helpen? Een makelaar, het UWV, een uitzendbureau. Een uitzendbureau helpt je bij werk.
Het UWV helpt je bij uitkeringen. En een makelaar kan je helpen bij het vinden van een huis en het kopen van een huis. Antwoord A is het juiste antwoord.
Erik woont in een sociale huurwoning. Wat is dat? Een woning met een maximum huurprijs.
Een woning voor een korte tijd. Een woning zonder huurcontract. Sociale huurwoningen zijn bedoeld voor mensen met lage inkomens.
Eh de huur gaat niet boven een maximum prijs uit. En in 2025 was dat iets meer dan €900. Dus antwoord A is het goede antwoord.
Wonen is klaar. We gaan verder met het thema staatsinrichting en rechtsstaat. Sam mag stemmen.
Hij heeft kiesrecht. Hoe heet dit kiesrecht? Actief kiesrecht.
Passief kiesrecht. Verplicht kiesrecht. Verplicht.
Dat betekent dat iets moet. Kiezen moet niet. Kiezen is niet verplicht stemmen.
Maar er zijn wel twee soorten kiesrechten. Actief en passief. Actief is dat je zelf iets mag doen.
En passief is dat er iets bij jou wordt gedaan. Passief kiesrecht betekent dat mensen op jou mogen stemmen, hè. Dus ze mogen zeggen dat jij degene bent die eh in de politiek kan.
En actief kiesrecht als je zelf iets doet. Dan mag jij stemmen. Dat betekent dat.
Dus deze vraag Sam mag stemmen, dat is het actieve kiesrecht. Hij doet zelf iets. Hij gaat zelf stemmen.
Chris heeft een Nederlands paspoort. Voor zijn werk moet hij naar België, een land in de EU. Moet Chris een visum aanvragen?
Ja, dat moet. Alleen als hij langer dan een week blijft. Nee, dat hoeft niet.
Landen in de EU hebben vrij verkeer van goederen en van mensen. Dus van producten en van mensen. Dat betekent dat iemand zonder visum en zonder verblijfsvergunning van het ene EU-land naar het andere EU-land kan als je inwoner bent van dat EU-land.
Dus een Nederlander kan gewoon zonder visum reizen naar België of Duitsland of Denemarken bijvoorbeeld. Dus nee, dat hoeft niet. Dat is het goede antwoord.
Mogen vrouwen in Nederland hetzelfde werk doen als mannen? Ja, dat mogen ze. Alleen als ze nog geen kinderen hebben.
Nee, dat mogen ze niet. Mannen en vrouwen in Nederland hebben gelijke rechten. Ze zijn aan elkaar gelijk.
Dus ze mogen hetzelfde werk doen als mannen. Dat kan gewoon. Dus antwoord A is goed.
Ja, dat mogen ze. Wie mag nieuwe wetten aannemen in Nederland? De gemeente, de rechter, het parlement.
Je moet dan eigenlijk even kijken wat is wetten aannemen. En wetten aannemen dat betekent eigenlijk ja zeggen tegen nieuwe wetten. Of nee zeggen we willen ze niet.
Maar als je ze aanneemt zeg je ja. En dat doet het parlement. Het parlement mag dat.
De rechter toetst of de wetten ehm goed worden uitgevoerd. Dus dan zijn ze al aangenomen en de gemeente voert wetten uit. Dus dan zijn ze ook al aangenomen.
Dan worden ze uitgevoerd. Dus antwoord C is het juiste antwoord. Maura rijdt auto.
Ze moet stoppen van de politie. Maura heeft geen rijbewijs. Rijden zonder rijbewijs mag niet.
Wie bepaalt de straf van Maura? De burgemeester, de politie, de rechter. Maura wordt aangehouden door de politie.
De politie stopt Maura en zegt: "Je rijdt zonder rijbewijs. " Ehm Maura kan een boete krijgen of een straf krijgen, maar dat is de rechter die dat bepaalt. De rechter bepaalt welke straf zij krijgt.
Dus antwoord C is juist. Volgende vragen gaan over het thema werk en inkomen. Jason werkt in de zorg.
Zijn bruto salaris van september is €2900. Wat krijgt hij op zijn bankrekening? Minder €2900.
Precies €2900. Meer dan €2900. Zijn salaris is bruto.
Bruto €2900. Je hebt brutalis en nettosalaris. En je ziet het al, bruto ligt hoger.
Bij bruto worden er nog premies en belastingen afgetrokken en dan hou je het nettosaris over en dat is minder. Dus wat hij krijgt is minder dan €2900. Antwoord A.
Wat moet je vaak naar een bedrijf sturen als je solliciteert? Een sollicitatiebrief en een kopie van je zorgpas. Een sollicitatiebrief en je CV curriculum VT.
Je CV Curriculum VT en een kopie van je zorgpas. Natuurlijk stuur je een sollicitatiebrief als je solliciteert. In je sollicitatiebrief daar staat je motivatie in.
waarom jij graag deze baan wil hebben en waarom je bij dit bedrijf wil werken. Wat je ook meestuurt is een lijst met je werkerervaring en je opleidingen. En dat staat in je CV, je curriculum VT.
Dus antwoord B is goed. Je stuurt je brief en een lijst met de opleidingen en je werkervaring. Je CV.
Dus dat is antwoord B. Maartje krijgt kinderopvangtoeslag. Ze krijgt een nieuwe baan en gaat meer geld verdienen.
Wat gebeurt er waarschijnlijk met haar kinderopvangtoeslag? Haar kinderopvangtoeslag gaat omlaag. Haar kinderopvangtoeslag blijft gelijk.
Haar kinderopvangtoeslag gaat omhoog. Zij krijgt een nieuwe baan. En ze gaat iets meer geld verdienen.
Ze gaat meer geld verdienen. Je krijgt kinderopvangtoeslag omdat je weinig geld verdient en niet al je geld kunt uitgeven aan kinderopvang. Dat betekent als jij meer gaat verdienen dat jij meer geld hebt om uit te geven aan de kinderopvang.
Daardoor heb je minder geld nodig van de staat. Dus je kinderopvangtoeslag gaat zeer waarschijnlijk omlaag, want je hebt zelf genoeg geld om te betalen voor de kinderopvang. Dus het goede antwoord is A.
Mark werkt in een supermarkt. Zijn contract eindigt op 31 mei. Hij heeft nog geen ander werk gevonden.
Wanneer kan Mark een uitkering aanvragen? Vanaf 24 mei, vanaf 30 juni. Hij hoeft zelf geen uitkering aan te vragen.
Dat gaat automatisch. Als je zonder werk zit, moet je zelf je uitkering aanvragen. Dat kan één week van tevoren tot één week nadat je je baan hebt verloren.
Dus vanaf 24 mei, antwoord A is het juiste antwoord. Eva wil graag een deeltijdbaan. Kan dat in Nederland?
Ja, dat kan. Alleen als ze ook een opleiding volgt. Nee, dat kan niet.
Je kunt zelf kiezen wat voor baan je neemt en hoeveel uur je werkt. Als jij denkt dat je genoeg geld hebt met een deeltijdbaan, dan kan je een deeltijdbaan eh nemen. Dus antwoord A is ja, dat kan.
Ming wil een eigen schoenenwinkel beginnen. Wat moet zij doen volgens de wet? Ze moet lid worden van een vakbond.
Ze moet veel reclame maken voor haar bedrijf. Ze moet zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Nou, als je een eigen winkel opent, dan mag je lid worden van een vakbond.
Je mag ook reclame maken voor je bedrijf. Ehm maar wat je moet doen is je moet je inschrijven bij de Kamer van Koophandel. De Kamer van Koophandel registreert, adviseert en informeert bedrijven.
Dus die zijn er speciaal voor eigen bedrijfjes. Dus antwoord C is het juiste antwoord. Mag een werkgever eisen dat je goed Nederlands kunt schrijven?
Ja, dat mag altijd. Alleen als het nodig is voor de baan. Nee, dat mag nooit.
Ja, dat mag zeker als het nodig is voor de baan, hè. Dus als jij hem goed moet kunnen schrijven voor je baan, dan mag de werkgever eisen dat jij goed Nederlands kan schrijven. Dus antwoord B is de is het goede antwoord.
Lotte is automonteur. Ze heeft een contract zonder einddatum. Hoe noem je het contract van Lotte?
Een nulurencract. Een tijdelijk contract. Een vast contract.
Een nul urencract wil zeggen dat niet vaststaat hoeveel uren je werkt per week. Een tijdelijk contract is voor bepaalde tijd. Daar staat dus wel een einddatum in voor bepaalde tijd.
En een vast contract heeft geen einddatum. Dus het goede antwoord is C. Zonder einddatum betekent dat ze een vast contract heeft.
Het volgende thema: instanties. Wat kun je met een digid? Geld overmaken naar het buitenland.
Solliciteren voor een baan in Nederland. Veilig inloggen op websites van de overheid. Digid is een systeem waarmee de overheid jouw identiteit kan controleren.
Een soort digitaal paspoort. Dus daarmee kun je veilig inloggen op websites van de overheid. Antwoord C.
Latia en Koen zijn vorige maand gescheiden. Waar moeten zij dit doorgeven? bij de gemeente, bij de kamer van koophandel, bij het NIBUT.
Het NIBUT, dat geeft advies over hoe je met geld om moet gaan. De Kamer van Koophandel die is er voor bedrijven. Maar als je gaat scheiden moet je dat wel bij de gemeente doorgeven.
Je woont waarschijnlijk niet meer op hetzelfde adres, dus je geeft je nieuwe adres door. Eh en ook dat je gescheiden bent. Antwoord A is het juiste antwoord.
In Nederland betalen mensen belasting. Dit geld wordt voor veel dingen gebruikt. Wat wordt niet betaald met belastinggeld?
De salarissen van bankmedewerkers. Het maken van dijken. WW uitkeringen.
Nederland zorgt met het belastinggeld voor het welzijn van de mensen, voor het belang van de mensen door middel van dijkenbouwen, het landbesturen, de veiligheid, de politie. Daar wordt het belastinggeld voor betaald. Let op, de vraag is: waar wordt belastinggeld niet voor gebruikt?
Nou, WW uitkeringen, dat wel. Het maken van dijken, dat zei ik ook al. Ja, daar wordt het ook voor gebruikt, maar zeker niet voor de salarissen van bankmedewerkers.
Dus antwoord A is goed, want daar wordt belastinggeld niet voor gebruikt. Luuk is 15 jaar en heeft iets gestolen. De politie vraagt om Lux identiteitsbewijs.
Moet hij zijn identiteitsbewijs laten zien? Ja, dat moet hij. Alleen als hij iets duurs gestolen heeft.
Nee, want hij is nog geen 18 jaar. In Nederland moet je een identiteitsbewijs bij je hebben en kunnen laten zien vanaf je 14e. In het openbaar vervoer hè, de tram, de bus, de metro, dan moet je zelfs vanaf 12 jaar je identiteitsbewijs kunnen laten zien.
Dus antwoord A is het goede antwoord, want Luuk is 15 jaar. In Nederland kunnen ouders kinderbijslag krijgen. Waar kun je kinderbijslag aanvragen?
bij de Sociale Verzekeringsbank SVB, bij duo, bij een zorgverzekering. Ehm bij de sociale verzekeringsbanken kun je verschillende dingen aanvragen zoals je AOW en je kinderbijslag en je persoonsgebonden budget. Dus antwoord A is het juiste antwoord bij de sociale verzekeringsbank.
Kinderbijslag. Erik is geslaagd voor zijn rijxamen. Waar kan Erik een rijbewijs aanvragen?
Bij de belastingdienst, bij de gemeente, bij de rijschool. Je rijbewijs vraag je aan bij de gemeente. Dus antwoord B is het juiste.
Is belastingaangifte doen verplicht in Nederland? Ja, dit is vaak verplicht. Alleen voor bedrijven?
Nee, dit is nooit verplicht. Nou, als je inkomsten hebt moet je belastingaangifte doen. Dus antwoord A is het juiste antwoord.
Volgende thema: onderwijs en opvoeding. Charlie is 12 jaar. Ze is in een telefoonwinkel en laat een telefoon vallen.
De telefoon is kapot. Wie is aansprakelijk voor de kosten? Charlie, de o van Charlie, de winkelear.
Charlie is nog maar 12 jaar. Dat betekent dat de ouders van Charlie verantwoordelijk zijn voor de kosten. Dus antwoord B.
Kan je in Nederland met een Vmbo diploma meteen naar de universiteit? Ja, dat kan. Alleen met toestemming van een docent.
Nee, dat kan niet. Nee, dat kan niet. Want Vmbo staat voor voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs.
Daarmee kan je naar het middelbaar beroepsonderwijs, het MBO. Dus je kan zeker niet direct naar eh de universiteit. Dat kan alleen maar met een VWO of een gymnasiumdipoma.
Dan kun je meteen naar de universiteit. Dus antwoord C is het juist. Vanaf welke leeftijd moet een kind in Nederland verplicht naar school?
Vanaf 4 jaar. Vanaf 5 jaar. Vanaf 6 jaar.
Let op, vrijwel alle kinderen gaan in Nederland naar school vanaf 4 jaar. Maar het is niet verplicht. Je bent verplicht.
Je hebt schoolplicht, hè, leerplicht vanaf 5 jaar. Dat betekent dat als je kind 4 jaar is en een dagje moe is of niet zo lekker of niet zoveel zin, dan hoeft het niet naar school. Maar 5 jaar dan moet je kind altijd naar school behalve als je als het ziek is natuurlijk.
Dus antwoord B. Het volgende thema is waarden en normen. Welke feestdag is elk jaar op 25 december?
Eerste kerstdag. Pasen. Sinterklaas.
Sinterklaas vieren we op 5 december. Pasen is de eerste zondag na volle maan in de lente. Dat valt dus elke keer elk jaar op een andere dag, maar wel op een zondag.
En eerste kerstdag valt altijd op 25 december. 26 december is 2ede kerstdag. Antwoord A.
Welk eten hoort bij oud en nieuw in Nederland? Beschuit met muisjes. Oliebollen.
Pepernoten. Pepernoten eten we vaak met Sinterklaas op 5 december en daarvoor. Beschuip met muisjes.
Dat krijg je als er een baby geboren is. Roze muisjes voor een meisje, blauwe muisjes voor een jongen. Maar oliebollen dat eten wij tijdens oud en nieuw.
Dus antwoord B is het juiste antwoord. William en Kira zijn niet getrouwd. Ze willen gaan samenwonen.
Mag dat in Nederland? Ja, dat mag. Alleen met een samenlevingscontract.
Nee, dat mag niet. Je mag in Nederland samenwonen zonder getrouwd te zijn. Dus antwoord A is goed.
Een samenlevingscontract, dat kun je laten tekenen bij de notaris. Daarin staan afspraken die jullie samen gemaakt hebben over eigendommen bijvoorbeeld. Maar dat hoeft niet.
Ehm dus ja, je mag in Nederland samenwonen. Antwoord A. Het volgende thema is gezondheid en gezondheidszorg.
Rob is bij de apotheek. Hij komt medicijnen voor zijn hart halen. Wat heeft de apotheek nodig om de medicijnen aan Rob te geven?
Een recept. Zijn verzekeringspapieren. Zijn zorgpas.
In een apotheek vragen ze alleen om het recept, niet om je verzekeringspapieren. Dat staat al geregistreerd. En net zoals je zorgpas bij de apotheek is meestal geregistreerd waar jij verzekerd bent.
Je moet een recept geven en dat krijg je van de dokter. Dan kun jij je medicijnen krijgen. Els is verhuisd en heeft een nieuwe huisarts.
Haar nieuwe huisarts wil informatie over de gezondheid van Els. Mag haar vorige huisarts deze informatie geven? Ja, dat mag meteen.
Alleen als Els toestemming geeft. Nee, die informatie is geheim. Je moet zelf toestemming geven als je wil dat je arts, je nieuwe arts de gegevens van vroeger kan bekijken.
Dus Els moet haar toestemming geven. Antwoord B. Eva ziet een grote brand.
Welk telefoonnummer moet zij bellen? 112. 666 779.
Als er een spoed, een noodsituatie is bij een ongeluk of een grote brand of eh geweld op straat eh dan bel je 112. Een heel belangrijk nummer om te onthouden. Antwoord A.
Paul is verhuisd en wil een nieuwe tandarts. Wie regelt de nieuwe tandarts voor Paul? De gemeente, de zorgverzekeraar.
Paul zelf. Een nieuwe tandarts, maar ook een nieuwe dokter. Daar zorg je zelf voor.
Je gaat zelf op zoek. Kijk naar de tandarts die jou eh goed lijkt en vraag of er of er nog plaats is. Dat is ook niet altijd zo, maar je zoekt zelf.
Dus antwoord C: Paul zelf. Nadia gaat naar een Nederlandse huisarts. Ze spreekt geen Nederlands.
Ze heeft niemand die kan vertalen voor haar. Wat kan de huisarts het beste doen? Een tolk regelen voor Nadia.
Nadia naar een ziekenhuis sturen. Nederlands praten met Nadia. Ja, Nederlands praten heeft geen zin als je Nederlands geen Nederlands spreekt en naar een ziekenhuis ook niet.
Dus de huisarts kan het beste een tolk regelen voor Nadia. Antwoord A. Ely heeft al een paar dagen hoofdpijn.
Hij wil naar een dokter. Met wie moet hij bellen? Met de apotheek, met de huisarts, met het ziekenhuis.
Als je naar de dokter wil, bel je met de huisarts. Antwoord B. Je kunt ook niet zomaar naar het ziekenhuis.
Het ziekenhuis, daar ga je heen met een verwijzing van de huisarts. Dus als de huisarts zegt: "Het is ernstig, daar moet een specialist naar kijken. " Dan krijg je een verwijzing naar het ziekenhuis.
Maar als eerste ga je dan naar de huisarts. En ben je geslaagd? Het voordeel van zo'n examen is dat de vragen gegroepeerd zijn.
Dat betekent dat je gelijk weet in welk thema je de meeste fouten maakt en en waar je wat meer aandacht aan zou moeten besteden. Waar je nog video's over kunt bekijken bijvoorbeeld. Ik wens je heel veel succes met het examen en tot de volgende keer.
Doei.