Denk jij dat je goed voorbereid bent voor het KNM examen? Test je woordenschat in deze video. [muziek] Hallo allemaal.
Welkom bij een nieuwe video over Nederland en de Nederlandse taal. Deze video is de eerste van twee video's met een woordenschattoefening over het thema regering en wet. Je krijgt van mij 20 woorden die je moet invullen in 20 zinnen.
In de tweede video krijg je nog eens 20 woorden over het thema regering en wet. Uit de zinnen blijkt de betekenis en je krijgt aan het eind ook nog een een woordenlijst met een korte omschrijving van het woord. Mocht je dit nou nog moeilijk vinden, kijk dan ook naar mijn uitlegvideo het thema regering en wet en oefen daarna met de vragenvideo.
Ook over alle andere thema's maakte ik uitlegvideo's, vragenvideo's en woordenschatvideo's. Dus zo kun jij je heel goed voorbereiden op het KNM examen. Nu de eerste 20 woorden die zijn zetel, parlement, Isrecht, politieke partij, vrijheid van meningsuiting, referendum, stemmen, regering, kabinet, verkiezing, waterschappen, bestuur, eerste kamer.
provinciale staten, leden, minister, democratie ministerpresident, tweede kamer en corruptie. De zinnen waarin je deze woorden moet invullen zijn één in een mogen burgers zelf kiezen wie het land bestuurt. Twee.
Iedereen van 18 jaar en ouder heeft en mag dus stemmen. Dre. heeft eigen ideeën over hoe het land bestuurd moet worden.
Vier, door mag je zeggen wat je vindt, ook als je kritiek hebt op de regering. 5. Bij een mogen burgers direct stemmen over een belangrijk besluit.
Z. Tijdens de verkiezingen gaan veel mensen naar het stembureau om te zen. De neemt belangrijke beslissingen over het land.
Acht. Het bestaat uit ministers en staatssecretarissen die samen het land besturen. Negen.
Voor de hangen overal posters van politieke partijen. 10. De zorgen ervoor dat dijken en sloten goed worden onderhouden.
11. Het van de gemeente beslist over nieuwe plannen voor de stad. 12.
De controleerd of nieuwe wetten goed zijn opgesteld. 13. De leden van de kiezen de leden van de eerste kamer.
14. De van de vereniging mogen meedenken en stemmen over nieuwe regels. 15.
De van onderwijs wil meer geld geven aan scholen. 16. De is de leider van de regering.
17. Het bespreekt en controleert nieuwe wetten. 18.
Bij de verkiezingen kreeg de partij 10 in de gemeenteraad. Dus 10 vertegenwoordigers mogen daarmee praten en stemmen. 19.
In de debatteren politici over plannen van het kabinet. 20. De politicus moest stoppen met zijn werk vanwege omdat hij geld had aangenomen voor een gunst.
Pauzeer de video en kijk of je zelf de juiste woorden kunt invullen in de zinnen. Laten we kijken naar de antwoorden. 1.
In een democratie mogen burgers zelf kiezen wie het land bestuurt. Nummer twee. Iedereen van 18 jaar en ouder heeft kiesrecht.
En kiesrecht betekent dat jij mag stemmen. Kiesrecht kan ook betekenen dat er op jou gestemd mag worden. Dre, een politieke partij heeft eigen ideeën over hoe het land bestuurd moet worden.
En in Nederland zijn er heel veel politieke partijen. Vier. Door vrijheid van meningsuiting mag je zeggen wat je vindt.
Ook als je kritiek hebt op de regering. Je bent vrij om je mening te uiten, te zeggen, te geven. VI.
Bij een referendum mogen burgers direct stemmen over een belangrijk besluit. Dan is er één zaak waarover je kunt beslissen en dat doe je direct bij je referendum. Je wacht dan niet tot er verkiezingen zijn.
Z. Tijdens de verkiezingen gaan veel mensen naar het stembureau om te stemmen. Z.
De regering neemt belangrijke beslissingen over het land. En de regering is de groep mensen die het land bestuurt. Acht.
Het kabinet bestaat uit ministers en staatssecretaris die samen het land besturen. Negen. Voor de verkiezingen hangen overal posters van politieke partijen.
Ze proberen reclame te maken voor hun eigen partij. En 10 is waterschappen. De waterschappen zorgen dat dijken en sloten goed worden onderhouden.
Voor de waterschappen is een aparte verkiezing. 11. Het bestuur van de gemeente beslist over nieuwe plannen voor de stad.
En 12. De Eerste Kamer controleert of nieuwe wetten goed zijn opgesteld. Dus de eerste kamer die heeft een controlerende taak.
13. De leden van de provinciale staten kiezen de leden van de Eerste Kamer. Dus als je gaat kiezen voor de provinciale staten, kies je indirect ook voor de leden van de Eerste Kamer.
Dus deze verkiezingen zijn ook belangrijk. En de provinciale staten daar die behandelen zaken die de provincie betreffen. 14.
De leden van de vereniging mogen meedenken en stemmen over nieuwe regels. Je bent lid van een vereniging. Één lid, twee leden.
15. De minister van onderwijs wil meer geld geven aan scholen. De persoon die verantwoordelijk is voor alles wat met onderwijs te maken heeft.
En 16 is de ministerpresident. Hij is de leider van de regering. De huidige ministerpresident is Robjette.
17. Het parlement bespreekt en controleert nieuwe wetten. 18.
Bij de verkiezing kreeg de partij 10 zetels in de gemeenteraad. Dus 10 vertegenwoordigers mogen daar praten en stemmen. 19.
In de Tweede Kamer debatteren politici over plannen van het kabinet. De belangrijkste taken van de Tweede Kamer zijn de wetten maken, wetten wijzigen en de regering controleren. En 20.
De politic moest stoppen met zijn werk vanwege corruptie. Corruptie betekent dat je je macht die je hebt misbruikt. Bijvoorbeeld doordat je mensen geld geeft of dat je geld krijgt en daarvoor dingen doet.
Mocht je dit nou lastig vinden, het verschil tussen kabinet en regering en de eerste kamer en tweede kamer, kijk dan vooral naar de uitlegvideo. Daar krijg je meer informatie. En kijk ook naar de tweede video met nog eens 20 woorden over het thema regering en wet.
Ik zie jullie graag de volgende keer. Ja.