Hey, daar zijn wij weer. Hallo allemaal. Dit is les 8 van thema 8, de videocursus KNM.
Ja. Eh Kirsten, ik ga weer vertellen wat mensen allemaal nodig hebben voor het eh volgen van deze gratis cursus. Ja.
Je weet het hè? Eerst het belangrijkste is natuurlijk dit boek. Dit boek heb je nodig.
Knm. Je kan het kopen in onze webshop als je het nog niet hebt. Wat je ook nodig hebt, dat is een schrift.
En dit schrift, daarin schrijf je alle moeilijke dingen van de cursus, de moeilijke woorden. Dat schrijven doe je met een pen. Dus je hebt ook een pen nodig.
Ja. En verder heb je nodig nog twee dingen. Eh tijd.
Ja. Je hebt ongeveer 6 uur studietijd nodig voor deze les. En je hebt taalniveau A2 nodig.
Ja. Voor het begrijpen van de teksten van het boek. Anders kun je het boek niet goed lezen.
Nee, zo is dat. Oké. Nou, we hebben eh weer veel vragen.
Jij hebt veel vragen. Ik ga proberen antwoord te geven, want eh ja, de antwoorden staan ook allemaal in het boek. Eh ja, je studeert, jij studeert met het boek en dit zijn ook interessante vragen, zodat je zelf ook beter kunt studeren.
De belangrijke dingen die ga ik Kirsten nu vragen. Ja. Heb je al verteld wat het thema is van deze les?
Eh nou, dat is eh een hele goede eerste vraag. De het thema is opvoeding en onderwijs. Juist.
Oké. Ja, dus het gaat eh vooral over kinderen. Ja.
En jongeren. En jongeren. Oké.
Maar deze informatie is heel belangrijk voor mensen met kinderen. En eh als we aan kinderen denken, dan beginnen we bij de baby's. Ja.
Ja. Kom maar op met je Ja. Ja, bijvoorbeeld over eh als je als je kinderen hebt en je werkt, je krijgt kinderen en je werkt, dan heb je kinderopvang nodig.
Kinderopvang. Ja. Ja.
Eh hoe is dat in Nederland geregeld? Je bedoelt welke soorten kinderopvang zijn er? Ja.
Ja. Oké. Nou, er is eh er is eh kinderopvang voor voor in een grotere soort van scholen.
Kinder dat is de gewone kinderopvang. Eh dat de mensen noemen dat ook nog wel crash. Dat gewone de kinderopvang.
En voor welke leeftijd is dat? Eh van 0 tot 4 jaar. Oké.
En een andere mogelijkheid is dat mensen met kinderen naar gastouders gaan. De gastouders kunnen bijvoorbeeld een paar kinderen bij hun thuis of op een bepaalde plaats ontvangen. Hm hm.
En daar voor de kinderen zorgen. Oké. En ehm als kinderen al naar school gaan, dan zijn ze ietsjes ouder.
Ehm dan gaan ze niet meer naar de crash. Maar waar gaan ze dan naartoe? Ja, dat heet ook kinderopvang.
Maar dat is dan de eh buitenschoolse opvang. Ja, Nederland heeft veel moeilijke woorden. Dit zijn ook eigenlijk moeilijke woorden.
BSO, zo heet het dan ook wel voor de ouders. Zo noemen de ouders dat dan ook. BSO.
Mijn kind gaat naar de BSO. Hm hm. bijvoorbeeld na schooltijd eh en in een vakantietijd dan eh moet jij misschien werken en dan kunnen de kinderen na schooltijd bijvoorbeeld tot 6 uur 6:30 nog naar de BSO.
Ja. Ook kinderopvangen. Ja.
Is is dat gratis kinderopvangen in Nederland? Nee, kinderopvang is eigenlijk heel duur. Oh.
net als eh onderwijs en en universiteiten. Ook kinderopvang voor kleine kinderen is eigenlijk heel duur, maar er zijn subsidiemogelijkheden. En wil jij heb jij werk bijvoorbeeld en wil jij gebruik maken van kinderopvang Hm hm.
dan kun je daarvoor subsidie aanvragen. Een toeslag. Kinderopvangtoeslag.
Oké. Kinderopvangtoeslag. Ja.
Aha. En eh wie betaalt hij? eh kinderopvangtoeslag.
Ja, dat wordt geregeld via de belastingdienst. Hm hm. Dus jij moet bij de belastingdienst zeggen hoeveel uur je werkt.
Hm hm. En hoeveel je verdient. En dan rekent de belastingdienst uit hoeveel kinderopvangtoeslag, hoeveel subsidie je kunt krijgen.
Oké. Dus als je eh veel verdient, krijg je weinig kinderopvangtoeslag. Als je weinig verdient krijg je veel kinderopvang.
Ja. Ja. Oké.
Zo is dat. Ja. Eh dus je moet het aanvragen bij bast.
Moet je zelf doen. Ja. Gaat niet automatisch.
Nee. Ehm en dan heb je ook nog eh voorschool. Wat is dat?
Ja, nou de voorschool is eigenlijk een extra schoolvoorziening. Die is dan wel weer gratis eh maar dus ook niet verplicht. Hm hm.
eh is eigenlijk bedacht voor mensen die eh in het buitenland geboren zijn en thuis niet zoveel Nederlands spreken. Dan kunnen de kinderen naar deze voorschool om wat extra te oefenen met Nederlandsleringen. Oké.
En ehm hoe regel je dat? Eh via de gemeente volgens mij. Oh ja.
Ja. Of via het consultatiebureau. Ja.
Da kom je natuurlijk ook met jouw kleine kind en zij zeggen ook van ja misschien is dat een goed idee. Nou dan moet je langs de gemeente en dan moet je daar een plaats uitzoeken voor de voorschool en in sommige plaatsen bestaat dat niet. En kun je misschien nog naar de peuterspeelzaal.
Ja. Ja. Maar de gemeente betaalt het.
Ja. Ja. Maar het als je bij het consultatiebureau komt dan kun je daarnaar vragen of misschien vragen de medewerkers Ja.
van het consultatiebureau zelf. Ja. Wil je dat voor jouw kind?
Ja. Ja. Ehm ja.
En eh als kinderen dan ehm oud genoeg zijn, dan eh hoe oud gaan ze naar school? Waar hoe oud moeten ze dan zijn? Ja.
Ja. Hoe oud? Wanneer begint de leerplicht?
In Nederland begint de leerplicht voor kinderen op 5 jaar. Hm hm. Maar ze mogen naar de basisschool als ze 4 jaar zijn.
Oké. Dus de meeste kinderen gaan al naar school. Vanaf de dag dat zeer jaar worden.
Ja. Heel veel kinderen willen niet wachten toch? Ja.
En dan moeten ze huilen de eerste dag. Ja, dan moeten ze wel huilen. Ja.
Ja. Oké. Dus eh eh de leerplicht begint eh op vifjarige leeftijd.
En wanneer eindigt de leerplicht? Eh officieel als kinderen 16 jaar zijn. Hm hm.
Maar er is nog wel een probleem voor de kinderen die 16 zijn en geen diploma hebben. En dat komt straks wel. Goed.
Later in eh het hoofdstuk. Ja. Ja.
En eh en wie controleert eigenlijk of kinderen wel naar school gaan? Ja, er is een leerplichtambtenaar voor. Dus iemand die eh als jij jouw kind niet naar school laat gaan eh denkt nou ik ga wel een tijdje op vakantie wanneer ik wil of ik vind het niet nodig dat mijn kind naar school gaat.
Ja. Dan komt er iemand op bezoek. Hm hm.
Een leerplichtambtenaar. Ja. Je krijgt natuurlijk een tip van de school van: "Hey, jou dat kind gaat niet naar school.
Ga even kijken bij de ouders. " Hm hm. En dan komt er een gesprek.
Ja, denk het wel. Serieus gesprek. Hm hm.
Oké. Nou, in Nederland is vrijheid van onderwijs. Wat betekent dat?
Ja, goede vraag ook. Eh vrijheid van onderwijs. Eh ja, in Nederland heb je veel scholen van verschillende soorten.
Je hebt eh openbare scholen. Hm hm. Maar je hebt ook scholen die katholiek zijn of islamitisch.
Eh je hebt nog andere scholen die een speciale richting hebben, want scholen, allerlei soorten scholen heb je. Dus als jij een school wil beginnen met een speciaal idee, dan mag dat. Oké.
Ja. Ja. Maar mag iedereen zo naar een school beginnen?
Zijn er ook regels? Nou, je moet natuurlijk wel de school moet zorgen voor goed onderwijs. Ja.
Dus er is inspectie op het onderwijs. Oh ja. Dus het gewone onderwijspakket moet oké zijn.
Hm hm. Maar ja, het mag islamitisch zijn. Het mag eh protestants, het mag openbaar, het mag monsorie, mag van alles zijn.
Hm hm. En hebben ouders ook iets te zeggen op de school? Ja, in het Nederlandse systeem van het onderwijs, dus op de basisschool, maar ook op de middelbare school, daar bestaat altijd een MR.
Hm. MR medezeggenschapsraad. Hm.
Daarin zitten mensen die werken op school, dus leraren, maar ook andere mensen die werken op school. Hm hm. En ouders en eh vaak ook kinderen.
En zij praten samen over wat eh ja, wat de regels op de school eh bijvoorbeeld moeten zijn. Ja. Tegenwoordig vaak over mobieltjes.
Ja. Ja. wanneer wel en wanneer niet.
En eh ja, dus dat soort praktische eh zaken worden in de MR besproken. Ja. Oké.
Voor wie is de basisschool? Voor alle kinderen vanaf eh 4 jaar tot tot 12 jaar. Ja.
Ja. Oké. [gelach] Nou ja, nou ja, kort een eh helder antwoord.
Het staat op mijn lijstje. Ja, dat is nog een vraag. Oké.
Serieus? Ehm nou ja, en eh als ze beginnen op school ehm vierjarige leeftijd dan eh zijn er acht groepen. Oh ja.
Ja. Tot groep acht. En voor de kinderen.
Ja. Dan gebeurt er heel veel voor de kinderen, want dat is de laatste het laatste jaar. Ze moeten dan kijken beslissen naar welke school ga ik daarna?
Dus ze krijgen toetsen. Hm hm. En eh de toetsen zeggen van: "Oké, dit eh jij kan beter naar die school.
Jij kan beter naar die school. " Nou ja, dat type school. Type school.
Ja. Ja. Ja.
Ja. Dus er zijn verschillende soorten onderwijs. Ja.
Ja. En hoe hoe sluiten basisscholen vaak eh de schoolperiode af voor de kinderen? Eh ja, dus niet alleen met de toets, maar ook met de musical, met een soort groot feest voor ouders en kinderen.
Ja. Ja. Ja.
Oké. En dan is er in Nederland ook speciaal onderwijs. Hm hm.
Voor wie is dat? Ja, er zijn natuurlijk eh de meeste kinderen gaan gewoon naar de gewone basisschool, maar er zijn altijd eh wel kinderen die iets bijzonders hebben. Misschien zijn ze blind of doof of hebben een ander eh probleem waardoor ze niet goed kunnen meedoen in een gewone school.
Dus voor die kinderen is er special onderwijs. Hm hm. En maar vaak wordt er worden dingen ook opgelost in de school, toch?
Ja, want dan heb je intern begeleiders. Klopt. Dus als een kind gewoon gewone problemen heeft met eh lezen of schrijven, misschien moeilijk voor dat kind, dan ga je eerst praten met de begeleiding, met de interne begeleider op school.
De eBay'er. EBayer'er hebben ze ook weer een afkorting voor. Zoveel moeilijke woorden bij deze cursus.
Ja. Ja. Oké.
En op school leren kinderen ook op jonge leeftijd al dingen over seksualiteit en relaties. Hm hm. Ehm hoe gebeurt dat?
Ja, er is eh altijd op school op de is één één week per jaar is een speciale week en die heet lentekriebels. Hm. Ja.
de kinderen leren dan eh hoe hoe het kan zijn om vrienden te hebben of om eh eh ja met elkaar goed om te gaan. En ze leren ook eh wat wel wat je wel moet doen en niet moet doen met seksueel eh gedrag bijvoorbeeld en hoe je je grenzen kunt aangeven wat je niet wilt, hoe je dat kunt zeggen. Ja.
En dan moet je zeggen dat je dat niet wilt. Ja. Ja.
Of leer je allemaal snel op de basisschool. Daar is eh een verplicht programma voor op elke basisschool. Oké.
En eh we hadden het net al over de eindtoets natuurlijk op de basisschool. Hm hm. Eh hoe zit het eh met andere toetsen en examens op de basisschool?
Ja, er zijn eigenlijk altijd momenten dat een leerkracht, een leraar dingen ziet van kinderen en die worden dan genoteerd in een eh systeem, leerlingen volgelsysteem. Ja. Dus alle resultaten, dingen die kinderen doen worden opgeschreven in de computer van de school.
Oké. Dan krijgen ze ook rapporten. Ja.
Oké. En ehm vakanties, het belangrijkste in het leven voor mensen die werken en naar school gaan. Vakanties en de kinderen.
En de kinderen gaan ook naar school. Ja. Ja.
Eh wanneer zijn de vakanties in Nederland ongeveer? Eh ja, in het onderwijs zijn veel vakanties. De langste vakantie is de zomervakantie.
Ja. 6 weken. Ja.
En dan zijn we nog eh andere periodes, kerstvakantie, eh herfstvakantie, voorjaarsvakantie. Dus eigenlijk in de winter. Ja.
In mei vakantie. Hm hm. Nou, dan eh hebben we het wel gehad, denk ik.
Ja. En hebben alle kinderen in Nederland in dezelfde periode vakantie? Nou, de zomervakantie wisselt van Noord en Midden en Zuid-Nederland.
Dus eh niet iedereen heeft gelijk vakantie. Nee, en de andere vakanties zijn ook eh verandering met kerst. Kerstvakantie is voor iedereen hetzelfde tijd periode.
Ja. En ehm als je nou eh een goedkope eh reis ergens kunt vinden, goede vlucht Hm. Eh buiten de vakantie kun je dan eh extra vrij krijgen voor je kinderen?
Dat wil je misschien wel, maar dat mag niet. Oké. Krijg je ook problemen met de weerplichtenar, denk ik.
Ja. Dus ik moet wel op vakantie gaan in de vakantietijd van de school. Oké.
Nou ja, dan hebben we de basisschool gehad zo ongeveer. En dan gaan de kinderen naar een middelbare school. Klopt.
Ehm dan verandert er wel wat, hè? Een beetje anders de middelbare school. Kun je daar iets over vertellen?
Ja, heel veel. Kijk, er is een heel ingewikkeld systeem. Daar staat eh een groot schema in studieboek op pagina 220.
Daar zie je hoe het systeem werkt in Nederland. Dus kinderen zijn 12 jaar. Dan eh moeten ze eigenlijk naar een nieuw soort school.
Heb je Vmbo, je hebt eh HAVO en VWO. Ja. Maar het eerste jaar dat heet brugklas.
Hm hm. H is nog niet helemaal beslist. Er kunnen nog wat dingen veranderen in het programma.
Dat is de brugplasperiode. Ja. En wat is er anders op de middelbare school dan op de basisschool?
Ja. Nou, op de middelbare school daar krijg je huiswerk. Hm.
Eh je krijgt je moet na schooltijd ook nog thuis studeren. Nou, op de basisschool is dat niet zo. Nee, meestal niet zoveel.
Nee. En eh wat ook wel nieuw is op de middelbare school is dat leerlingen allemaal verschillende vakken krijgen. Plotseling krijgen ze Engels en Duits en Frans of wiskunde, aardrekskunde, geschiedenis.
Nou, heel veel verschillende onderdelen. En dan krijg je allemaal aparte toetsen voor in eh die periode. Ja.
Oké. Ja. H en verschillende leraren heb je dan ook voor elk vak een andere leraar.
Ja. Ja. Oké.
En wat is dan het verschil tussen VMBO en eh HAVO en VWO? Oké. Nou, ik ga dat een beetje kort uitleggen.
Hm hm. En in het boek staat het natuurlijk wat langer, maar het betekent eigenlijk de VMWO is een voorbereiding op MWO. Hm hm.
Hm hm. Dat is dan komt dan daarna het vw de kinderen zijn 12 tot 16 jaar. Hm hm.
En zij krijgen vooral praktisch gericht onderwijs. Want in de toekomst is het idee dan voor deze kinderen. In de toekomst gaan zij praktisch aan de slag.
Praktisch werken. Oké. Hm hm.
Misschien eh worden ze gaan ze met elektriciteit werken in hun in een huis of zo eh automonteur of eh ja, dat soort beroepen. Hm hm. Oké.
En hav? Hav is meer theoretisch. Ja.
Met meer Engels en Frans en Duits en dat soort dingen. En eh VWO Hm hm. is nog meer theoretisch.
Dus dat is de VWO is voorbereiding op de universiteit. Oké. Ja.
En HVO is eigenlijk voorbereiding op HBO. Dat zijn dan de hogere beroepen. Ja.
Politieagent, leraar, eh verpleegkundige. Hm hm. Ja.
Oké. En hoe lang duren die eh verschillende eh opleidingen? Type school?
Ja. Eh Vmbo duurt 4 jaar. Hm hm.
HVO duurt 5 jaar. VWO duurt 6 uur. Oké.
Ja. Ja. Veel vragen.
Veel vragen. Ja. Ja.
En eh eh waarom is er een brugklas eigenlijk? De brugklas is eigenlijk al ook nog een voorbereiding op de jaren die dan daarna komen en ook om definitief te kiezen welke richting je op gaat. Ga je misschien echt havo of toch VWO of ja, misschien ga je VMBO wat het beste bij je past kan dan nog wel veranderen in dat jaar.
Ja, soms is het op jonge leeftijd nog niet heel duidelijk hè. Nee. En dan eh 12 jaar, 13 jaar is toch wat jonger.
En als er een scholengemeenschap is, dat betekent dat er verschillende schootypes bij elkaar zitten. Oh ja. in één gebouw dan eh in één gebouw dan eh kan dat goed dat je in een brugklas komt en dan eh beslis je na de brugklas naar welk type onderwijs je gaat.
Ja. Oké. En zijn er op middelbare scholen ook lessen over seksualiteit en relaties?
Ja, kijk eh dan worden de kinderen ook zo oud dat ze de dingen van de seks wil gaan ontdekken hè, als ze 14, 15, 16 jaar worden. Dus het is belangrijk dat ze niet alleen leren lezen en schrijven in Engels en Frans, maar ze moeten ook weten hoe dat werkt met hun lichaam en met de seksualiteit. Dus daar krijgen ze ook verplichte over.
Ja. Ja. Seksuele voorrichting.
Ja. Nou, meisjes kunnen zwanger raken. Ja, is niet de bedoeling nog.
Beter niet, hè? Nee. Oké.
Nou, de leerplicht, we hadden al gezegd dat is eh tot 16 jaar, maar en toen zei jij daar ga ik later nog iets over vertellen. En dat moment komt nu. Ja.
Ja, dus de leerplicht is officieel tot 16 jaar, maar als je geen diploma hebt en bijna niemand heeft natuurlijk nog een diploma op Ja. Als als hij op C 16 is. Hm hm.
Nou, Vmbo Ja, maar die telt niet mee. Oh, het is eh geen geldig diploma. Voor die richting moet je MBO twee diploma hebben.
Oké. Dus dan ben je normaal gesproken ook al 17 of 18. Hm hm.
Dus in de praktijk geldt de leerplicht eigenlijk tot 18 jaar. Ja. En dan eh ja, dan mag je wel echt van school af, maar ja, dan heb je misschien nog geen diploma.
Dus dan is het beter en er wordt ook veel eh volker gepraat en geschreven dat mensen toch een diploma moeten krijgen. En nu is het zo dat eh van de mensen die 25 jaar zijn in Nederland nog ongeveer 6% geen enkel diploma heeft. Oké.
Dus dat is die groep is niet zo is niet zo fijn voor die groep. Nee, maar je moet dus minimaal dan MBO, dus middelbare beroepsonderwijs eh niveau 2. Ja, voor mbo heb je dan verschillende soorten diploma's.
MBO2, MBO3, MBO 4. Ja. Ja.
Oké. Wat kun je wat meer vertellen over dat MBO? Welke richtingen je daar weer hebt?
Nou richtingen ja sommige je hebt zorg en welzijn. Daar kan je dus de opleiding voor zorg en welzijn krijgen of voor techniek technische beroepen. Monteur voor elektriciteit of voor auto's of mensen die werken in de bouw.
Hm hm. Ja, dat zijn dan eh de opleidingen daar eigenlijk in de MBO. Ja.
En je hoort ook wel over BBL en Bol. Ja. Wat is dat?
Ja. Na BBL dan heb je onderwijs, maar ook stage. Hm hm.
En bol, dat is het andere soort MBO opleiding. H eh dan heb je eigenlijk eh alleen eh onderwijs. Ja.
Veel theorie. Wat meer theorie zeg maar. Ja.
Ja. Veel veel onderwijs en dan maar één dagstage of? Ja, bijvoorbeeld.
Ja. Ja. En ehm en wat is HW?
Na de havo kun je HBO eh ja of na MBO4 kun je vaak ook eh HBO doen. Nou dan kun je bijvoorbeeld eh een hoger beroep eh leren. Hoger beroep.
Hoger beroeps HBO. Ja, maar noemen ze voorbeeld. Nou ja, eh leraar noemen ze daarbij en eh politie politieagenten.
Hm hm. eh mensen die eh werken als verpleegkundige in het ziekenhuis. Oh ja, dat soort mensen.
Ja. Ja. Ehm ja.
En wat doen studenten op de universiteit? Ja, die moeten heel veel leren, dus heel veel, veel boeken. Ja, dat duurt dan 4 5 jaar en dan zijn ze misschien eh arts of eh ze zijn misschien eh arts duurt nog veel langer.
Advocaat. Ja, artsen die kan nog veel langer duren. Ja.
Ja, maar begint met vier, vi jaar. Ja. En dan moeten ze veel mensen moeten dan nog verder studeren ook.
Ja. Ja. Maar dat is gewoon heel veel meer echt leren.
En de HBO dat zijn meer praktische beroepen. Ja, toch wel. Ja.
Oké. Ja. Dus eh nou ja, dan zijn eh inmiddels eh de kinderen groot.
Ja. Ja. Ehm hoe zit het met verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor kinderen die nog minder jarig zijn?
Oké. En dat zijn dus eh hebben het onderwijs eigenlijk gehad en deze dingen hoort dan misschien nog bij de bij de opvoeding. Ja, dit hoort bij de opvoeding.
Ja. En dan de kinderen die tot 16 jaar zijn ze eigenlijk altijd zijn de ouders van geworden. Dus als je kinderen heb tot 16 jaar en zij doen iets niet goed, misschien maken ze schade aan eh de auto van de buurman.
Hm hm. Ja, dan ben jij aansprakelijk. Jij moet schade betalen.
Oh, de ouder moet schade betalen dan. Maar heb je er verzekering voor toch? Dat als het goed is wel.
Ja. Ja. aansprakelijkheidsverzekering.
Ja, dat is beter. Ja. Ja.
Oké. Maar het is nog steeds eh vervelend natuurlijk als Ja, maar de kinderen de de ouders zijn dus aansprakelijk voor de schade die de kinderen veroorzaken. Ja.
En als een kind nou geweld gebruikt of eh iets steelt, wat gebeurt er dan? Ja, bij crimineel gedrag dan komt eh de politie. Eerst komt de politie, die kijkt eh naar dat kind en brengt het kind naar het bureau.
En dan moet er gekeken worden of er een rechtszaak moet komen. Want het is dan natuurlijk niet de gewone rechter, maar de jeugdrechter of de kinderrechter. Ja.
En die moet de straf bedenken voor de kinderen. Hm hm. Voor kinderen, jongeren.
Ja. Ja. Ja.
Ja. Ja. Maar ja, ehm dat zijn voorbeelden van als het eh echt eh heel fout gaat.
Hm hm. Ehm ja. Eh maar eh ouders die zijn niet alleen verantwoordelijk voor hun kinderen, maar eh ze hebben ook bepaalde taken in het onderwijs, toch?
Ja. Ja. Vertel daar eens iets over.
Ja. Ja, dat is in Nederland wel eh een grote kwestie geworden dat ouders veel dingen moeten doen in het onderwijs. Ouders moeten veel tijd vrijmen voor hun kinderen als ze naar school gaan.
Ze kunnen moeten moeten is niet verplicht altijd. Maar ja, je wil natuurlijk je kind de beste opvoeding geven en je wil de school helpen waar kan. Dus je gaat eh één of twee keer per jaar naar een 10 minuten gesprek.
Dan heb je gesprek met de docent. Hm hm. Je helpt bij de schoolbibliotheek, je helpt bij schoolreisjes, je helpt bij allerlei dingen.
Feesten, excursies. Dat is ook een taak voor ouders. Ja.
En dat noemen ze ouderbetrokkenheid. Ja. Ja.
Weer een lekker moeilijk woord. Ja. Ja.
De ouders zijn betrokken bij de school. Ja. Zij voelen contact of een band met de school.
En dat laten zij zien. Oké. Nou ja, goed.
Goed hè. Heb je dat ook op de middelbare school? Want dit is allemaal basis.
Ja, op de middelbare school is dat ook zo. Hm hm. Eh daar zijn ook vaak excursies of feesten.
En dan wordt er ook wel vaak gevraagd aan ouders van: "Oh, wil je of kun je helpen? " Hm hm. Eh ja, en er zijn natuurlijk ook gesprekken over de kinderen.
Als er iets bijzonders is met de kinderen op school, dan eh krijgen de ouders ook een uitnodiging om te praten over eh hun kind. Ja. Kleine kinderen kleine zorgen.
Grote kinderen grote zorgen. Ja. Ja, zo is dat.
Heb je daar nog vraag over? Ja. Hoe hoe eh hoe gaat dat als er opvoedproblemen zijn?
Oh ja, natuurlijk. Kijk, de kinderen zijn naar school en in die periode kunnen er bijvoorbeeld problemen aan het licht komen. De kinderen hebben misschien psychische problemen.
Misschien zijn ze depressief of gewelddadig of er is een ander probleem met de kinderen. Of de ouders hebben een probleem. Dus we weten niet zo goed wat ze met de kinderen moeten.
Daar zijn dan in eerste instantie komt dan vaak dat gesprek bij school terecht via de eBaypersoon, de de intern begeleider. En die kan tegen de ouder zeggen: "Nou, misschien moet je naar die instantie of naar die instantie of naar de gemeente of praat eens met de huisarts. Dat soort dingen.
" Hm hm. Dat gebeurt dan. Ja.
Ja. En welke instanties eh eh komen daar dan? Ja, voor als mensen geestelijke problemen hebben, kinderen die zijn misschien depressief, dan moet je naar de GGD.
Eh als er geziensproblemen zijn, kan het zijn dat je bij de jeugdzorg terechtkt. Ja, er zijn veel instanties. Eh dus als er als er problemen zijn bij de opvoeding Hm hm.
Dan zijn er gelukkig ook eh instanties die kunnen helpen. Er zijn er heel veel. Ik eh een paar staan in het boek, maar Hm hm.
Er zijn wel veel meer. Ja. Ja.
Want je hebt bijvoorbeeld eh bij kleinere kinderen via het consultatiebureau. Ja. Maar later kan het ook via de huisarts toch?
Of via de gemeente. Ja. Oké.
Nou, kinderen zijn duur, school is duur. En wie betaalt dat allemaal? Onderwijs is officieel gratis.
Hm hm. Maar ouders hebben eigenlijk ook altijd mogen. Eh als je kinderen hebt die naar de middelbare school gaan, dan heb je hebben de kinderen misschien een laptop nodig of ze hebben toch nog wat speciale boeken nodig of eh nieuwe fiets of eh ja, er zijn excursies.
Er zijn excursies. Ja. En een school heeft ook eh wel geld voor dat soort dingen.
Dat vragen ze soms ook aan de ouders. Vrijwillig Hm hm. heet dat?
Vrijwillige ouder bijdrage. Hm hm. Daar kunnen ze dan dat soort dingen soms van betalen.
Hm hm. H de excursies, maar ja, andere dingen die moet jij als ouder, bijvoorbeeld een laptop moet je toch zelf weer eh betalen. H en als je dat niet kunt betalen, ja, dan moet je hulp zoeken, subsidie zoeken soms bij de gemeente of bij de Stichting Leergeld.
Hm hm. Is eh ook vaak verbonden aan de gemeente. Hm hm.
Oké. Maar ja, eh officieel is het onderwijs gratis, maar kinderen kosten geld. Ja.
En eh nou dan zijn de kinderen groot, dan gaan ze studeren. Hoe zit het met studiekosten? Wie betaalt dat?
Ja, dan zijn de kinderen 18, dan zijn ze eigenlijk wel moeten ze zelfstandig zijn. Ze krijgen een beurs als ze gaan studeren. Dus een beetje geld van de overheid.
Ze kunnen ook nog geld lenen daarbij. Hm hm. En daar moeten ze het mee doen.
En veel studenten hebben dan omdat dat niet goed lukt nog een bijbaan. Dus dan verdienen ze nog wat geld. Ze moeten ook een eigen verzekering eh nemen, hè, de kinderen van 18.
Dus eigen eh zorgverzekering, eigen aansprakelijkheidsverzekering. Die moeten ze dan zelf betalen. En ze moeten ook nog wel het geld betalen voor de universiteit als ze gaan studeren, collegegeld.
Ja, er zijn veel eh kosten, maar de studenten vanaf 18 moeten ze eigenlijk wel zelfverstandig zijn. Hm hm. En ze gaan dan af en toe nog wel naar hun ouders en ze wonen dan misschien in een andere stad.
Ja. En eh wat eh hoe zit het dan met de treinken? Ja, studenten mogen gratis met de trein.
Oeh. Ja, dus geloof ik wel op speciale tijden en andere tijden niet. Maar oké, dat eh OV studentenkaart.
Ja. Ja. OV studentenkaart.
Ja. En ehm ja, mensen die kijken die kennen duo waarschijnlijk wel. Ja.
Eh maar wat hebben studenten met duo? Ja, de studenten die krijgen hun beurs en lening, dus hun geld. van de duo.
Oh. En als ze niet snel genoeg studeren, dan stopt de duo ook eh met die subsidie. Oké.
Ja. En de inburgers eh eh kunnen soms ook geld lenen bij de duo. Ja, de studenten lenen ook geld bij ze krijgen niet alleen geld, maar ze lenen ook geld.
Ja. Hm hm. Ja.
Dit was de laatste vraag. Nou, dit was de laatste vraag. Ja.
Ja, een beetje stomme laatste vraag. Nou, nou ja, maar goed. Het gaat wel over de duo en over de inbeurgeris, dus eh past wel bij deze cursus.
Ja. Nou, dit was de laatste les van het laatste thema thema van de cursus eh van de videocursus kennis Nederlandse maatschappij. Heel veel succes bij het examen.
Zo is dat. En eh tot ziens.