welkom bij deze kennisclip over de begrippen positieve en negatieve vrijheid die begrippen die zijn geïntroduceerd door de filosoof je zou je bellen en ze zijn van toepassing op een heel groot aantal vraagstukken in de rechtsfilosofie het begrip vrijheid lijkt heel vanzelfsprekend we gebruiken dat woord allemaal en we denken te weten wat we ermee bedoelen en toch zoals veel vraagstukken in rechtsfilosofie is vrijheid eigenlijk veel minder vanzelfsprekend dan je misschien zou denken je kunt je heel vaak afvragen wat staat er je nou eigenlijk op het spel waarom is dit een probleem waar is het mensen om
te doen de begrippen positieve en negatieve vrijheid kunnen je daarbij helpen en de deze kennisclip ga ik je uitleggen negatieve vrijheid wordt gedefinieerd door pearl in als de mate waarin geen mens zich met mijn handelen bemoeit negatieve vrijheid is dus de afwezigheid van dwang slaven bijvoorbeeld hebben helemaal geen negatieve vrijheid zij zijn gedwongen te doen wat andere mensen van ze willen het wordt je negatief in negatieve vrijheid is dus niet iets vervelends het is juist de afwezigheid van iets vervelends het is een soort van vrij zijn van iets vrij zijn van geweld bijvoorbeeld diefstal dwang
meer algemeen bemoeienis intimidatie onterende behandeling al deze dingen omschrijven een soort van persoonlijke sfeer waarin duidelijk wordt dat jij hier niet wordt lastig gevallen laat me met rust en ik kan vrij zijn dat is waar het in de negatieve vrijheid om draaide wat is nou precies die sfeer waar de andere niet mag binnendringen wat is de minimale omvang de van en hoe groot mag zijn worden en bepalingen van vinden we bijvoorbeeld in de universele verklaring van de rechten van de mens we kijken naar enkele artikelen denk je bijvoorbeeld vanuit de recht op leven verbod op
slavernij marteling een onterechte bestraffing het verbod op willekeurige arrestatie en inmenging en niet onbelangrijk het recht op eigendom dit zijn allemaal voorbeelden van rechten die we kunnen begrijpen als negatieve vrijheidsrechten ze omschrijven samen een minimale sfeer waarin iemand niet mag binnendringen en dat betekent natuurlijk ook de staat niet in de uvrm vinden we vaak de staat omschrijven als een instantie die mijn rechter moet respecteren die man moet vrijlaten maar pas op de staat moet me niet alleen maar vrijlaten want ze moet mijn rechten ook beschermen bijvoorbeeld op het moment dat er midden in de nacht
muziek wordt gedraaid of manier mijn portemonnee gestolen zou worden of nog extremer wanneer opeens tanks aan de ga staan op dat moment heeft de staat een dubbele rol ze moet mijn vrijheidsrechten zowel respecteren als beschermen hebben we hiermee de vrijheid voldoende begrepen is de negatieve vrijheid de enige manier waarop we dit begrip gebruiken nee we zijn er natuurlijk nog niet want niet alleen moet ik negatief vrij gelaten worden ik moet ook ergens toe in staat zijn niet alleen moet ik geen slaaf van een ander zijn maar ik moet op meester over mezelf zijn laat me
een voorbeeld geven als ik om 2 uur 's nachts laveloos aan de bar hangen en nog een rondje voor de hele zaak geven en ik dan vrij let wel ik kan niet meer naar huis lopen maar iedereen is blij dat ik blijf ik word dus niet gehinderd door andere negatief gezien ben ik vrij maar positief gezien maar niet de controle een beetje kwijt ik ben geen meeste van mezelf ik kan mezelf niet bepalen wanneer ben je dan wel meeste van je zelf zou je je af kunnen vragen nou je zou er bolin zou zeggen wanneer
ik mijn betere zelf ben wanneer ik zelf bewust ben autonoom verantwoordelijk mijn eigen handelen bepaal aanwezigheid heb van controle en meesterschap dit is niet een vrijheid van iets maar en vrijheid tot iets berlin heeft de positieve vragen dus gedefinieerd als de aanwezigheid van controle en meesterschap maar laten we nu eens proberen om dit concreter te maken we kijken weer naar de u veren en zoeken naar mogelijkheden van een vrijheid tot iets zo heb ik bijvoorbeeld recht op een fatsoenlijke levensstandaard ik heb recht op eten en drinken want zonder die voorwaarde kan ik immers geen controle
hebben over mezelf ik heb ook het recht op arbeid met een gunstige beloning want zonder inkomen kan ik mijn leven helemaal niet vormgeven kijken we verder dan zien we daar recht op onderwijs want zonder te kunnen lezen schrijven en rekenen kan ik helemaal niet deelnemen aan het sociale verkeer en als laatste wil ik het ook hebben over het recht op deelname aan het bestuur dat is deelname aan de politiek want ook op dat niveau kan ik controle en meesterschap hebben over hun eigen leven dit zijn allemaal voorbeelden van een positieve vrijheid en vrijheid tot iets
doe het over de negatieve vrijheid hadden moesten staat mijn vooral met rust laten en beschermen we hebben het nu over de positieve vrijheid en daar zit dat anders hier heeft de staat een inspanningsverplichting ze moet mijn positieve vrijheid faciliteren bevorderen bijvoorbeeld kijken we naar de politiek als ik daar vrije toegang toe moet hebben dan moet er een democratische infrastructuur zijn en die moet vrijelijk en gelijkelijk toegankelijk zijn voor iedereen en kijken we na een fatsoenlijke levensstandaard dan is daar nog veel meer voor nodig namelijk en moet iets van voedsel zijn kleding moet beschikbaar zijn moet
onderwijs zijn onderdak vrije markt en eerlijk werk al deze zaken moeten staat dus voor mijn mogelijk maken dat wil zeggen ik moet er toegang toe hebben voordat ik mijn positieve vragen kan realiseren maar niet alleen de staat heeft een inspanningsverplichting ook ik heb die want om mijn vrijheid te realiseren moet ik ook dingen doen ik moet me scholen ik moet werk zoeken en ik moet een verantwoordelijk burger worden dat betekent dat er uiteindelijk hier een paradox geld want de staat is mij nu aan het vertellen hoe ik vrij en verantwoordelijk moet gaan worden de staat
verteld dus eigenlijk hoe ik vrij kan zijn we kwamen net al op een punt waar we zagen dat de staat positieve vrijheidsbegrip invult voor mij en gaat bepalen hoe ik het beste vrij kan zijn dat is een beetje een vreemd punt juist omdat daarmee op mijn negatieve vrijheid soms ingevuld gaat worden negatieve en positieve vrijheid kunnen elkaar dus op een zeker punt gaan tegenspreken en dat was ook precies wat je sarah palin wilde duidelijk maken toen hij dit onderscheid introduceerde dat was ook een hele andere tijd namelijk een tijd waarin kapitalistisch westen tegenover een communistisch
oosten stond we kunnen dezelfde vraag die je zou hebben lin stelde op onze tijd toepassen wat is er belangrijk vandaag wat moet beschermd of juist bevorderd worden staat een positief over negatieve vrijheid wat het antwoord op die vraag is waar je zelf bepalen